Hoofdstuk 6:  Alternatieven

 

In dit hoofdstuk worden zowel enkele mogelijke alternatieve locaties voor de headquarters(zone) (6.1) alsook enkele alternatieve gebruiksmogelijkheden voor de terreinen langs de Chartreuseweg (6.2) bekeken.

 

6.1.  Alternatieve locaties voor de headquarterszone

De vraag blijft echter of er wel moet gezocht worden naar alternatieve locaties voor de realisatie van een headquarterszone. Mijn inziens is de economische noodzaak aan een headquarterszone totnogtoe onvoldoende aangetoond. Dat Brugge hoofdkwartieren wil aantrekken, om zo een hoogwaardige tewerkstelling te creëren en om meer bedrijven met meer economische decisiekracht te krijgen verklaart niet de noodzaak aan de concentratie van deze headquarters op een specifiek bedrijventerrein. Ook de 'gemiste tertiairiseringstrein' en de recente tertiaire lintbebouwing langs sommige invalswegen kunnen nauwelijks als motivatie dienen. Deze bedrijven (veelal handelsbedrijven trouwens, en geen echte hoofdkwartieren) liggen op deze locaties dikwijls 'planologischer' dan dat ze op de headquarterszone zouden liggen: aansluitend bij de bestaande agglomeratie, openbaar vervoer in de straat,... bovendien hebben deze bedrijven een slechts beperkte ruimtelijke impact. Ze kunnen zonder veel negatieve effecten voorkomen in verwevenheid met tal van andere functies.

 

De beoogde concentratie op een headquarterszone heeft vooral een prestige-effect op het oog. Hoofdkwartieren zullen voor dit bedrijventerrein kiezen omwille van de aanwezigheid van andere hoogwaardige bedrijven. De vereiste prestigieuze omgeving is voor een groot deel afhankelijk van de aanwezigheid van andere hoofdkwartieren.

 

Juist omdat getwijfeld kan worden aan de noodzaak tot concentratie, zijn er veel potentiële alternatieve locaties voorhanden, die geschikt zijn voor de vestiging van een hoofdkwartier. Nadeel is dat dit hoofdkwartier dan enkel prestige ondervindt van een (groene) locatie nabij Brugge, en niet meer het schaalvoordeel van de aanwezigheid van andere hoofdkwartieren.

Liefst worden deze locaties door inbreiding gerealiseerd binnen of aansluitend bij de agglomeratie, en aan knooppunten van openbaar vervoer.

Daar de economische nood aan concentratie van de headquarters niet is aangetoond en ook het maatschappelijk nut ervan klein is wordt hier minder aandacht besteed aan alternatieve locaties. Potentiële alternatieve locaties zijn ook nooit bestudeerd; er zijn nooit rapporten over opgesteld. Dit laat vermoeden dat de headquarterszone een voorwendsel is geweest om de zone Chartreuzeweg economisch te verzilveren. De 'groene inrichting' moet helpen het project te verkopen en moet de grote oppervlakte verantwoorden.

 

6.1.1.  Stationsomgeving en Ten Briele

De stationsomgeving van Brugge is uiteraard een knooppunt van openbaar vervoer. Ook sluit deze locatie aan op de bestaande stedelijke structuur. Zo voldoet deze locatie prima aan de principes van het RSV voor de lokalisatie van kantorenparken.

In Brugge worden echter steeds twee argumenten genoemd waarom de headquarters zich hier niet kunnen vestigen; de autobereikbaarheid van de locatie zou te slecht zijn en de beschikbare oppervlakte zou te klein zijn.

Onder de noemer 'kwaliteiten en potenties' wordt in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan echter de "goede autobereikbaarheid tot aan het station"([1]) genoemd.

Wat het plaatsgebrek betreft: er is een oppervlakte van 10 ha ter beschikking maar er zijn reeds andere plannen opgemaakt. Er is een plan 'Groen Brugge'([2]), opgemaakt door Neutelings-Riedijk, dat reeds gedeeltelijk werd uitgewerkt in het BPA([3]) 'La Brugeoise'. In het GRS wordt gesproken van het 'strategisch project stationsomgeving'([4]). Als deze plannen gerealiseerd worden zal er geen ruimte meer zijn voor een headquarterszone. Momenteel is er echter nog heel wat  mogelijk.

Heel kort (een meer volledige samenvatting is in bijlage 18 opgenomen) worden hier de relevante delen van de plannen voor de herinrichting van de stationsomgeving uiteengezet zoals Neutelings-Riedijk het zien. Het werkingsgebied is het gebied tussen de spoorweg en het Kanaal Brugge-Gent. Momenteel wordt een groot deel van het terrein ingenomen door industriële bedrijven (waaronder de tram- en treinstellenproducent BN - Bombardier, het bedrijf dat momenteel de grootste tewerkstelling (741 personen([5])) creëert in Brugge. De toekomst van het bedrijf is echter niet helemaal zeker).

Het plan 'Groen Brugge' (let vooral niet op de eerder misleidende titel) kan in feite in twee delen opgedeeld worden. In eerste fase voorziet het plan, vlakbij het stationsgebouw, in een 'balkon op Brugge'. Dat balkon zal een school, een bioscoop, een kantoor, appartementen en nog enkele nader te bepalen functies omvatten. In tweede fase, zuidelijker, wordt de herwaardering van het gehele bedrijventerrein aangepakt. Er wordt plaats geruimd voor hoogwaardig wonen, een openbaar park, een hightechpark in een groene campusstructuur.... Deze tweede fase werd echter alsnog niet vertaald in het BPA 'La Brugeoise'. Volgens Verté (Dienst Urbanisatie Stad Brugge) werd in het BPA enkel het eerste deel van het plan verwerkt, om de sluiting van het bedrijf BN - Bombardier niet te bevorderen (als de Canadese thuisbasis zou merken dat het bedrijf niet meer op bepaalde Brugse plannen ingetekend staat zullen ze daar niet erg gemotiveerd meer zijn om de vestiging te behouden)([6]).

Het BPA voorziet momenteel dus in de herinrichting van de onmiddellijke stationsomgeving. Ook wordt, langs de weg 'Ten Briele' een strook bestemd voor kantoren([7]). Deze strook is echter biologisch waardevol volgens de BWK([8]), zodat er zeker moet vermeden worden dat ook de achterliggende gebieden van het bosje 'Ten Briele' zouden ingepalmd worden. Het gaat hier om een parkzone van 6 ha die op het gewestplan ingetekend is als ambachtelijke zone, maar waar zich een voor onze regio uniek bomenbestand bevindt([9]).

Problematisch aan het plan 'Groen Brugge' van Neutelings-Riedijk is ook de realisatie van de 'Nieuwe Boulevard' die van het station tot de expresweg N31 zou lopen; op die manier zou een nieuwe zuidelijke invalsroute voor Brugge ontstaan. Deze (deels verhoogde) weg zal parallel aan de spoordijk naar Kortrijk de biologisch waardevolle Wulgebroeken([10]) (zie foto 9) doorklieven (en een bedreiging vormen voor het biologisch zeer waardevolle kasteelpark Schoonhove), om dan aan te sluiten bij de expresweg ten zuiden van de Heidelbergstraat.

De uitvoering van dat project zal een psychologische ommezwaai teweeg brengen, waarbij het evident wordt om langs de Chartreuseweg grootschalige ontwikkelingen toe te laten. Ook is het de vraag hoelang het bosje Ten Briele dan zal gespaard blijven van verstedelijking, eens het vrijwel volledig ingesloten zal worden (een deel van dat bosje werd in het GRS wel aangeduid als 'te behouden bos'([11])). Ook is te vrezen dat er langs de nieuwe zuidelijke invalsweg op termijn ook stedelijke ontwikkelingen zullen toegelaten worden. Blijkbaar is het moeilijk tegen te houden dat langs dergelijke punten met een prima autobereikbaarheid ontwikkelingen ontstaan.

 

Mijn inziens kan besloten worden dat er wel voldoende ruimte is in de onmiddellijke stationsomgeving (beschikbare oppervlakte: 10 ha([12])), omdat op deze reeds verstedelijkte locatie een kwalitatieve (landschappelijk passende) invulling heel wat minder oppervlakte vergt dan de locatie langs de Chartreuseweg. De gewenste prestigieuze allure zal er eerder door de architectonische dan door de landschappelijke kwaliteit moeten komen (hoewel, de stationsomgeving ligt in de schaduw van het Minnewaterpark). Blijkbaar worden echter andere prioriteiten gelegd voor deze locatie. Het zou goed zijn te onderzoeken in hoeverre headquarters en een bioscoopcomplex kunnen samengaan en hoe men op die manier een kwalitatief hoogstaande locatie (architectuur!) kan creëren.

Moest BN - Bombardier de deuren sluiten komt er, weliswaar verder van het station, een uitgestrekt gebied ter beschikking waar analoog aan de opgestelde plannen van Neutelings-Riedijk via een strategisch stedelijk project heel wat kan gebeuren. Ook headquarters zouden daar een plaats kunnen krijgen.

Vanuit ecologisch perspectief moet vermeden worden dat het bosje 'Ten Briele' aangetast wordt. Het vormt immers een belangrijk onderdeel in de groene as Oostkamp-Brugge (die doorloopt tot in de stad: Minnewaterpark, 't Zand-Albertpark). Ook moet vermeden worden dat een nieuwe zuidelijke invalsweg de Wulgebroeken nog verder zouden versnipperen en er door deze weg op termijn ook nieuwe ontwikkelingen in het meersengebied zouden mogelijk worden.

 

6.1.2.   Lac van Loppem,...

Er werden in het verleden nog andere locaties vernoemd die geschikt zouden zijn voor de realisatie van de headquarterszone. De gemeente Zedelgem ziet een potentiële locatie aan de oevers van de Lac van Loppem, op een boogscheut van de locatie langs de Chartreuseweg: "dit domein rond het meer leent zich uitstekend voor het oprichten van headquartersvestigingen in een mooie en prestigieuze ligging onmiddellijk bij de afrit (vermijden bijkomende verkeershinder) waar de visie op de zone (o.a. geen commerciële activiteiten en lage dichtheid) ook maximaal past."([13]) Deze locatie sluit beter aan bij een bestaande agglomeratie, doch deze terreinen zijn biologisch waardevol. Ook hier is geen goede ontsluiting via openbaar vervoer; het gaat om een echte snelweglocatie. Voordeel aan deze locatie is dat er geen openruimte-verbinding doorknipt zou worden. Nog een voordeel is de aanwezigheid van (hoogstammig) groen dat werd aangelegd om de percelen van de camping af te bakenen. De landschappelijke inpassing van de hoofdkwartieren zou daardoor vanaf de realisatie beter kunnen zijn.

 

Op onderstaande tabel wordt een beknopte vergelijking gedaan van de vernoemde alternatieve locaties. Het kan inspireren om over te gaan tot een wetenschappelijke (niet-politieke) multicriteria analyse.

 

 

   ++  : zeer goed

    +   : goed

     -   : slecht

    - - : zeer slecht

 

Er worden zowel planologische items als economische items ('prestige-argumenten') vergeleken. Opvallend is dat de zone Chartreuseweg economisch overal goed scoort, maar planologisch de minst verkieslijke locatie is. 'Aansluiting bij stedelijk weefsel' wordt niet enkel morfologisch bedoeld; het belang van een ligging in/naast een verstedelijkt weefsel heeft belang voor de werknemers (voorbeeld: het doorbrengen van de middagpauze). Aangenomen wordt dat 'architectuur' op alle locaties kan aangewend worden om voor allure te zorgen.

 

6.2.  Andere gebruiksmogelijkheden voor het terrein

Het is duidelijk dat het moeilijk is om de terreinen langs de expresweg ongemoeid te laten (zie hoofdstuk 2 en de evolutie van de geplande headquarterszone). Deze terreinen hebben een grote potentie, zowel wat verstedelijking als wat natuurontwikkeling betreft. Om een sterker argument te worden tegen verstedelijkingsdruk zouden deze terreinen een nieuwe functie moeten krijgen, een nieuwe identiteit die ervoor zorgt dat de openruimte-gordel niet verknipt wordt([14]). Een mogelijkheid is het omvormen en het laten ontwikkelen van het gebied tot een waardevol natuurgebied. Hier wordt in hoofdstuk 7 nog op teruggekomen. Twee andere mogelijkheden werden in het verleden ook al aangehaald. De terreinen zouden kunnen bebost worden en zo op termijn dienst doen als stadsrandbos. Ook heeft men er nog aan gedacht er een open golfterrein te realiseren.

 

6.2.1.  Stadsrandbos

Stadsrandbossen hebben zowel een ecologische als een recreatieve functie. Ze helpen de leefbaarheid van de stad te verhogen. Er is een grote graad van recreatie mogelijk; ondanks de soms grote aantallen bezoekers kunnen de recreanten door de geslotenheid die een bos biedt er toch rustig wandelen.

Het alternatief om er een bos te laten ontwikkelen is op zich natuurlijk wel goed in dit reeds bosrijke gebied (natuurverbindingsfunctie) maar is ook juist daarom geen prioriteit: er zou vooral in het zuiden van de provincie bos moeten bijkomen. In Kortrijk wordt de realisatie van het stadsrandbos (350 ha) door het streekplatform zelfs erkend als een hefboomproject voor een evenwichtige socio-economische uitbouw van de streek([15]). Toch kan de overmatige recreatiedruk in het naastgelegen Tillegembos een eventuele uitbreiding zeker verantwoorden. Ook het rapport 'Gewenste bosstructuur van Vlaanderen'([16]) selecteert het hele studiegebied als 'zoekzone voor bosuitbreiding'. Deze grote zoekzone loopt er van het gebied ten zuiden van de E40 tot aan het kruispunt van expresweg en Koning Albertlaan, met een westelijke uitloper over de gebieden aansluitend bij Tillegembos.

 

6.2.2.  Golfterrein

In een tekst (Provinciehuis Boeverbos, 1993([17]))  wordt advies gegeven over de mogelijke aanleg van een golfterrein in de omgeving van Brugge. De voorgestelde locatie te Oostkamp, komt omwille van diverse redenen niet in aanmerking. De voorziene alternatieve locatie is precies het gebied waarover dit eindwerk gaat. Het gebied is goed geschikt voor de aanleg van een golfterrein: er zou slechts een kleine oppervlakte biologisch waardevol gebied ingepalmd worden, als landschap bezit dit gebied een relatief geringe waarde en de bodemgesteldheid is goed; het gaat hier om overwegend hoog gelegen, droge zandgrond, ideaal om een permanent betreedbare grasmat te verkrijgen. Ook qua planologische situering en ontsluiting is de locatie geschikt voor de aanleg van een golfterrein: dicht bij de Brugse agglomeratie, een goede verkeersontsluiting, dicht bij verblijfsrecreatieve vestigingen en met diverse horeca-voorzieningen in de omgeving.

In de beoordeling wordt eveneens gesteld dat de aanleg van een golfterrein op deze plaats een landschappelijke opwaardering zou betekenen van een zowel qua bestemming als landschappelijk versnipperd gebied.

 

Alhoewel een golfterrein een elitaire bedoening is en de vraag kan gesteld worden of daar wel een behoefte aan bestaat op die plek (er zijn golfterreinen in de omgeving) is er een duidelijk voordeel aan verbonden. De aanleg van een golfterrein zou ervoor zorgen dat de open ruimte blijft bestaan. Ook zijn er mogelijkheden om dit golfterrein 'natuurlijk' in te richten.

Ook E. Kuijken([18]) ziet op deze terreinen liever een golfterrein dan een headquarterszone komen. Mits een aangepaste zonering en beheer kunnen golfterreinen eventueel zelfs ingepast worden in ecologische netwerken als verbindend groenelement. Dhr. Kuijken wijst er ook op dat in Engeland dikwijls golfterreinen op invalswegen naar de stad gelokaliseerd zijn. Ze hebben er de functie als blikvanger, en stralen prestige uit. Net zoals de headquarterszone zou doen.



[1] Ruimtelijk Structuurplan Brugge - Informatief gedeelte, pg. 108

[2] Groen Brugge. Stadsplan voor het stationsgebied, eindrapportage 24 juni 1998. Neutelings Riedijk Architecten.

[3] Herzieningsmachtiging MB 24/06/1996 voor heraanleg stationsomgeving/kantorencomplex Ten Briele

[4] Ruimtelijk Structuurplan Brugge - Kaart 13: Gewenste ruimtelijke structuur Sint-Michiels

[5] Ruimtelijk Structuurplan Brugge - Informatief gedeelte, pg. 58

[6] Mondelinge mededeling door Dhr. D. Verté, Dienst Urbanisatie Stad Brugge, 17 juli 2000

[7] "Op het industrieterrein Ten Briele wordt kantoorontwikkeling toegelaten, omwille van de nabijheid van het station." Uit: Ruimtelijk Structuurplan Brugge - Richtinggevend gedeelte, pp. 80-81

[8] Biologische Waarderingskaart, 1986, Kaartblad Brugge 13/1

[9] "Plannen werden iets afgezwakt", Het Laatste Nieuws (editie Brugge-Oostkust), 17-18/10/1992

[10] Biologische Waarderingskaart, 1986, Kaartblad Loppem 13/5

[11] Ruimtelijk Structuurplan Brugge - Kaart 13: Gewenste ruimtelijke structuur Sint-Michiels

[12] “Headquarterszone kan alleen aan Chartreuseweg”, Laatste Nieuws, 17/05/2000

[13] Anoniem, Verkeer. Problematiek rond de sluiting van de E40-afrit aan de Lac van Loppem, in: Info Zedelgem, 1999, nr. 1, pg. 30

[14] Immers het is duidelijk dat de klassieke landbouw als sector zich weinig bekommert om open ruimte en eerder grondprijzen als pragmatische 'visie' volgt...

[15] Embo, T., Stadsbossen in Vlaanderen: een overzicht, pg. 33

[16] Mens en ruimte, De gewenste bosstructuur van Vlaanderen, Brussel, 1996

[17] Anoniem, Betreft: realisatie van een open golfterrein in de omgeving van Brugge, Provinciehuis Boeverbos (niet-gepubliceerd advies 23 juni 1993)

[18] Mondelinge mededeling door E. Kuijken (Algemeen Directeur Instituut voor Natuurbehoud), 10/03/2000