Er is weinig terug te vinden over de vraag naar en de noodzaak aan een headquarterszone. Wat is het te verwachten nut van de headquarterszone voor Brugge? In het eerste deel van dit hoofdstuk (2.1) worden enkele bronnen aangehaald. In een tweede deel van het hoofdstuk (2.2) wordt dan de evolutie van het geplande project verwoord.
Belangrijk is hierbij onderscheid te maken tussen het (economisch) nut van headquarters (wat hier behandeld wordt) en de eerder ruimtelijke betekenis van het concentreren van deze headquarters op een specifiek bedrijventerrein (hoewel daar ook een economisch voordeel aan verbonden is). Het nut de headquarters te concentreren wordt vooral aangehaald bij de bespreking van de beleidsdocumenten in hoofdstuk 3. Hierna worden diverse bronnen besproken.
· West-Vlaanderen 2000([1])
Dit is de eerste bron - het werk werd gepubliceerd in 1990 - waarin de noodzaak aan een headquarterszone aan bod komt.
"Op dit ogenblik zijn nagenoeg geen
specifieke dienstenterreinen aanwezig in West-Vlaanderen. Nochtans vragen delen
van de dienstensektor eigen types van bedrijventerreinen, verschillend van de
huidige klassieke industrieterreinen. Het koncept, de aard en de inrichting van
deze zones dienen afgestemd te zijn op de vestigingseisen en behoeften van deze
dienstenbedrijven. Dit houdt bijvoorbeeld in dat telekommunikatie-apparatuur
beschikbaar is op deze zones en dat ze een eerder parkachtige opzet hebben
naast vanzelfsprekend een uitstekende bereikbaarheid. Binnen het geheel van de
dienstenterreinen kunnen verschillende types onderscheiden worden:
headquarterzones, researchparken, transportzones en multifunktionele
dienstenzones. In het algemeen kan men stellen dat dienstenterreinen in de
onmiddellijke nabijheid van de vier regionale steden in West-Vlaanderen moeten
liggen. Een headquarterzone wordt het beste in Brugge ingeplant. Deze stad
heeft een internationale vermaardheid, is verkeerstechnisch uitstekend gelegen
binnen de vierhoek Zeebrugge, Brussel, Rijsel en Calais (kanaaltunnel), kent
een aantrekkelijk woonklimaat en heeft in de nabijheid van de Kust een
supplementaire aantrekkingskracht. Om een dergelijke zone optimaal te kunnen
valorizeren is er echter nog nood aan een internationale school,
toprekreatiemogelijkheden zoals een golfterrein en een grotere kulturele
uitstraling. Dit laatste vereist een aangepaste akkommodatie. [...] De direkte
beschikbaarheid van bedrijfshuisvestingsmogelijkheden op dienstenterreinen in
de vorm van kantoorgebouwen of bedrijfsverzamelgebouwen kan een belangrijke
positieve vestigingsfaktor zijn."([2])
In "West-Vlaanderen 2000" wordt de noodzaak aan een headquarterszone dus verantwoord door de vraag naar specifieke dienstenterreinen. Het ontbreken van dergelijke terreinen wordt als oorzaak aangewezen voor het ontbreken van hoogwaardige tertiaire bedrijven; Brugge heeft immers heel wat troeven om zulke bedrijven aan te trekken. Deze troeven zijn zowel van primaire aard (met invloed op de productie) als van secundaire aard. Als primaire vestigingsfactor voor de headquarterszone wordt hier de verkeerstechnische ligging van de locatie vermeld. Als secundaire vestigingsfactoren worden de internationale vermaardheid van Brugge, de nabijheid van de kust en het aantrekkelijk woonklimaat genoemd. Een toprecreatiemogelijkheid (een golfterrein bijvoorbeeld) en een internationale school zouden nog bijkomende secundaire vestigingsplaatsfactoren zijn.
· Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)
Brugge heeft de tertiairiseringstrend op het gebied van kantoorvoorzieningen een beetje gemist. Ook heeft het Brugse stadsgewest een slechts beperkte economische beslissingsmacht (EDP = economic decision power)([3]). Daarom is het belang van het aantrekken van headquarters voor Brugge groot en de vraag naar een headquarterszone is zeker gebaseerd op het aanvoelen van deze tekorten. Dit alles wordt bij de bespreking van het RSV in het volgende hoofdstuk (3.1) verder uitgediept. Zoals ook daar vermeld staat is het vanuit economisch oogpunt te begrijpen dat er in Brugge vraag is naar zoiets als een headquarterszone. Men kan zich echter de vraag stellen of er op de bestaande bedrijventerreinen geen hoofdkwartieren kunnen komen; via een interne verdeling van het bedrijventerrein kunnen deze bedrijven ook op traditionele bedrijventerreinen een prestigieuze locatie krijgen. De noodzaak aan een headquarterszone wordt geenszins aangetoond.
· Streekplatform van het arrondissement Brugge vzw
"Een regio die er in slaagt hoofdkwartieren
van vooral internationaal gerichte ondernemingen aan te trekken realiseert een
belangrijke meerwaarde. Een dergelijke vestiging houdt immers in dat
kwalitatief hoogstaande functies in de regio gecreëerd worden en dat een internationaal
decision center zich in de regio vestigt. De meerwaarde heeft dus betrekking op
tewerkstelling van hooggeschoolden en op imago en naambekendheid."([4])
Hier wordt indirect wel het belang van de EDP aangehaald. Het nut daarvan vertaalt zich rechtstreeks in de tewerkstelling van hooggeschoolden en een toegenomen imago en naambekendheid van de stad, wat op zich weer garant staat voor het op gang brengen van een nieuwe dynamiek, zoals toenemend toerisme (inclusief zakentoerisme als er nog aan enkele voorwaarden zou voldaan worden zoals de uitbouw van een functionele congres- en beursinfrastructuur), het vergroten van de aantrekkelijkheid van Brugge voor bedrijfsvestigingen... algemeen zou Brugge meer economische macht krijgen en bij meer mensen een plaats in hun 'mental map' krijgen.
Wat die extra tewerkstelling van hooggeschoolden betreft laten we dhr. Bylo, algemeen directeur van Fiat Ges. Co. Belgium aan het woord. Hij stelt dat juist de 'factor mens' cruciaal zal zijn voor het welslagen van de headquarterszone: dergelijke hoofdkwartieren zoeken directiesecretaresses en andere hooggeschoolde bedienden die vele talen meester zijn, boekhouders en andere financiële medewerkers en informatici. Dhr. Bylo stelt vast dat het reservoir aan dergelijke arbeidskrachten in deze regio nu al uitgeput geraakt([5]). Wellicht moet deze uitspraak enigszins worden gerelativeerd: de druk op de arbeidsmarkt in de Vlaamse grootsteden is veel groter dan in Brugge.
Tijdens een onderhoud schetste dhr. J. Hemschoote van de GOM West-Vlaanderen op een bevattelijke manier de evolutie van het project headquarterszone vanuit de visie van de GOM. Deze evolutie is het gemakkelijkst over te brengen aan de hand van de aanvragen tot gewestplanherziening([6]) die de GOM West-Vlaanderen indiende([7]).
"Reeds in 1991 leefde de gedachte voor de uitbouw van een zone voor headquarters en kantoren, gecombineerd met een congres- en tentoonstellingsruimte (ter vervanging van de huidige Beurshalle), een handels- en dienstenzone en een parkingzone (soort transferium met carpoolmogelijkheden...). Dit project zou een oppervlakte van ongeveer 60 ha innemen. Het initiatief voor dit project ging uit van een private groep, de NV De Vlier met dhr. Van Tuyckom als promotor."([8])
De plannen voor het project zijn dus al heel wat gewijzigd; begin de jaren '90 werd niet enkel aan headquarters gedacht (nu wel, toch alleszins in het openbaar), maar aan een erg grootschalig multifunctioneel project.
De GOM West-Vlaanderen heeft verschillende keren geprobeerd een gewestplanwijziging door te voeren om de realisatie van het project mogelijk te maken. Het is echter nooit zover gekomen.
In december 1992 probeerde de GOM West-Vlaanderen een gewestplanwijziging te bekomen voor een "zone voor headquarterfunctie, hoogwaardige vormen van zakelijke dienstverlening, niet balie-gebonden kantoren en bepaalde vormen van volumineuze handel". Toen al vond men dat het om een bedrijventerrein moest gaan met een hoogstaande lay-out en erkende men de noodzaak aan een expliciete interne onderverdeling omwille van de diversiteit van doelen die men op het oog had, op een gebied van zo'n 45 ha groot. In tegenstelling tot wat NV De Vlier wilde, was er voor de GOM geen sprake van congres- en transferiumactiviteiten.
In december 1995 probeerde de GOM West-Vlaanderen weer tot een gewestplanwijziging te komen voor het project, met als verschilpunt dat er niet langer volumineuze handel zou toegelaten worden. De stad Brugge was daar immers niet mee akkoord omdat de locatie te hoogwaardig is voor handelszaken. Deze wijziging liet ook toe een beperktere oppervlakte te claimen: circa 22 ha. Zelfs binnen de GOM West-Vlaanderen is er echter verdeeldheid over het project; dhr. N. Vanhove, directeur-generaal) is nog steeds voorstander van volumineuze handel op deze plaats.
Op 19 september 1996 werd een gewestplanherziening van het Gewestplan Brugge-Oostkust vastgesteld. Het project 'headquarterszone' werd echter niet opgenomen, wegens strijdig met enkele principes van het RSV (zie 3.1 voor deze principes, zie 4.2.1 voor de juridische aspecten in verband met de aangevraagde gewestplanwijzigingen).
De plannen zijn sedertdien ook niet meer veranderd. Wel heeft de GOM West-Vlaanderen nog tweemaal (juni 1998 en augustus 1999) geprobeerd om het gewestplan te laten wijzigen. Op grond van strijdigheid met principes van het RSV werden geen wijzigingen voor het gebied doorgevoerd.
Ook over de plannen van Stad Brugge wat de headquarterszone betreft zijn geen lijvige documenten bekend. Zoals reeds vermeld is de gemeente steeds gekant geweest tegen de komst van handelszaken op deze plek met erg hoogwaardige ligging.
De enige concrete plannen zijn in juni 1998 vertaald in een BPA (BPA 46 'Chartreuseweg West') dat echter nooit werd goedgekeurd (zie hoofdstuk 4). Er zou een oppervlakte van ongeveer 22 ha worden ingenomen door headquarters. Met de opmaak van dat BPA wilde de stad voorkomen dat de GOM West-Vlaanderen het initiatief helemaal in eigen handen zou nemen([9]).
[1] Vanhove, N. & Theys, J., West-Vlaanderen 2000. Een strategie voor ekonomische ontwikkeling, Westvlaams Ekonomisch Studiebureau (WES), Brugge, 1990
[2] West-Vlaanderen 2000, 1990, pp. 252-253
[3] Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, Informatief gedeelte, pg. 130
[4] Streekplatform van het arrondissement Brugge vzw, "Streekvisie", Brugge, april 2000
[5] Artikel "Is headquarterszone Brugge haalbaar? Factor mens is cruciaal." Het Volk, 07/02/2000
[6] Het gebied heeft nl. als gewestplanbestemming 'gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen'. Om de realisatie van de headquarterszone mogelijk te maken moest dus eerst een gewestplanwijziging plaatshebben.
[7] Enkel op deze manier kan een systematisch overzicht van de evolutie verkregen worden. Er zijn weinig andere bronnen.
[8] Mondelinge mededeling door Dhr. J. Hemschoote, GOM West-Vlaanderen, op 02/12/1999
[9] “Zone aan de Chartreuseweg via gemeentelijke BPA’s”, Het Volk, 28/01/1993