LAPPERSFORT-BURGERSCHAP : SAMEN ZUURSTOF GEVEN AAN EEN DUURZAAM BRUGGE
Achtergrondtekst bij het Lappersfort-manifest
voor inspraak, participatie en betrokkenheid... Opdat het hart van de schildpad nooit ophoudt met slaan !
(dixit Pietje de Leugenaar uit Oosterdonk) INHOUD : VISIETEKSTEN & ERVARINGSBERICHTEN
1. Twintig minuten, twee bulldozers en de politie volstonden...
StRaten-Generaal in Antwerpen 2. Vereador Boal : Legislatief theater in Brazilië 3. Ecologisch burgerschap 1. TWINTIG MINUTEN, TWEE BULLDOZERS EN DE POLITIE VOLSTONDEN (Buren in beweging, de oktoberrevolutie van 1998 te Antwerpen ) (uit de gazet van Babel) Er waren enkele "ongehoorde" hoorzittingen. Buurtbewoners, verontrust over
de dreigende kaalslag in hun biotoop, drukten de wens uit de bomen te laten staan en zoveel mogelijk te integreren in het plan. Zij werden weggelachen. In hun zelfverdediging zullen de beleidsverantwoordelijken de bewoners
verfoeien: "Voorlichting aan de bevolking maanden, zelfs jaren vooraf, bleek van geen tel te zijn geweest. (...) Het concept was nog niet doorgedrongen en de emotie maakte elke informatieoverdracht onmogelijk (ir. G. D. in Groencontact 1999/2) Hieruit blijkt duidelijk gemaakt dat communicatie als éénrichtingsverkeer
wordt opgevat: er wordt beslist, en daar kan men op een hoorzitting gewoon naar komen luisteren. Met enige of veel arrogantie worden opmerkingen van de alsmaar schaarser opkomende bewoners (men raakt terecht gedemotiveerd) door beslissers en betweters gecounterd. Bovendien blijkt uit de hele retoriek tegen de bewoners dat emotionele argumenten geen argumenten zijn, zelfs 'foei' zijn, en dat bewoners sowieso geen benul hebben van 'concepten'. Dat ze kneuterig en conservatief zijn, ook 'foei'! Twee stokpaardjes worden eveneens van stal gehaald: de omeletten en (plotsklaps en nog nergens anders iets van in het beleid gemerkt) het denken aan onze kinderen en kleinkinderen. Is dit plotselinge gebruik van emo-terminologie een poging om het langetermijn-denken van de overheid en enkele architecten en ingenieurs aan de man te brengen? In tegenstelling tot wat zich eruit pratende schepenen beweren, namelijk dat
bewoners maar wat eerder hadden moeten reageren, dat ze niets van zich hadden laten horen, en dat ze bijgevolg nu niet moeten afkomen..., halen wij de aangetekende brief boven die 'straatoverleg Museumbuurt' verzond. Onnodig te vermelden dat hierop geen antwoord kwam en dat zelfs, bij herhaling van het protest, elke reactie uitbleef. De ingeschakelde ombudsdienst antwoordde na verschillende interpellaties dat zij, op hun beurt, zelfs na herhaalde keren te hebben aangedrongen, nog steeds lik op stuk kregen van het stadsbestuur. In de vroege herfst van 1998 werd gestart met de werken aan de Leopold De
Waelplaats. Een laatste hoorzitting in september dient om vragen over het scenario te beantwoorden. Nog éénmaal probeert een bewoner te vragen of het echt menens is dat de Japanse kerselaars en de voortuin van het Museumpark moeten verdwijnen. Antwoord van Schepen De Loose: "Die bomen zijn ziek, en de nieuwe bomen moeten in het ontwerp passen". Oktober '98 Bij één van de wandelingen door het park zegt Annelies (dochter auteur):"
Mama, ik ga die bomen zo vreselijk missen. Ik zou zo graag mijn armen er rond slaan, ze vasthouden en troosten..." Zaterdag 17 oktober Annelies vindt op een afvalberg van de werken in de voortuin van het
museumpark een verregend strooibriefje "RED DE BOMEN". Er staat op dat men de daaropvolgende maandag zou beginnen de bomen te rooien, en of men niet iets zou kunnen verzinnen als ultiem redmiddel, of tenminste als afscheid van de bomen. Er wordt voorgesteld de zondagmiddag op de trappen van het museum bijeen te komen en te beraadslagen. Annelies kopieert het briefje zoveel keer als ze nog zakgeld heeft, en samen met een vriendinnetje beginnen ze aan de verspreiding in de buurt en aan het schilderen van spandoeken. Het nieuws gaat als een lopend vuurtje... Zondag 18 oktober Om vier uur sijpelen tientallen nieuwsgierige en verontruste buurtbewoners
van allerlei pluimage naar de trappen. Gesprekken ontspinnen zich. Stef, een bijna fulltime wereldredder - predikt de liefde voor de bomen, Bram - eveneens boomliefhebber - blijkt het alarmbriefje gemaakt te hebben en alvast een advokaat gealarmeerd te hebben. Dirk is met protestacties niet aan zijn proefstuk. Ikzelf zal stilaan woordvoerder worden, het appartement hoofdkwartier. Overleg en verontwaardiging - want natuurlijk drong de consequentie van de heraanleg nu pas echt door - gingen gepaard met (hernieuwde) kennismaking. Resultaat van de eerste ontmoeting: de advokaat zou verder bevraagd worden,
een boomexpertise zou aangevraagd worden, en om uitstel van executie te creëren zou men vanaf 's ochtends 7.15u voordat de werken zouden starten bij verrassing de bomen met muziek, ontbijt, kinderen,...bezetten. 's Nachts zouden we naar de pers uitnodigingen faxen om 's ochtends naar onze persconferentie te komen. Een hectische nacht. Maandag 19 oktober 7.15u: Tientallen buren zijn met ontbijt, ladders, muziekinstrumenten komen
opdagen. Enkelen bezetten de bomen. De pers is aanwezig. De verrassing is gelukt. De politie in burger verschijnt en screent het publiek: als ze eerlijk en professioneel zijn zouden ze moeten doorseinen dat behalve enkele jongeren die gekend zijn van de Spaak- en Tandrad fietsguerilla er ook schoolmeisjes, middenstanders, zakenmensen, artisto's, bejaarden, doordeweekse dames en heren,... de trappen bevolken. Enkele jongeren zijn in de mogelijkheid om na het vertrek van schoolkinderen en werkhebbenden, een permanente bezetting aan de trappen te garanderen, tot 's middags of 's avonds de alsmaar talrijker wordende buren en sympathisanten opdagen voor verslag van de dag, en plannen voor de volgende... De beroering die is ontstaan en die zich via strooibriefjes en via de pers
over de stad verspreidt, zet kwaad bloed bij het stadsbestuur. Zij worden overspoeld met telefoons en faxen. De pers wordt overspoeld met lezersbrieven. Meer dan een week lang zullen de buren vergaderen, informatie allerhande verzamelen, aan tafel zitten met - ondertussen twee advokaten, de pers te woord staan, en elke dag vanaf 7.15u post vatten aan de museumtrappen. Schoolkinderen komen op 'onderzoek' naar de situatie, horeca-uitbaters en
winkels sponsoren met voedsel of kopies. Buren vangen elkaars kinderen op en lopen bij elkaar de deur plat. Wijn, discussies over groenbeleid, het beleid van de Groenen, democratie, nepinspraak, cultarchitectuur, utopieën, vertrouwelijkheden over het eigen curriculum vitae, tipjes van sluiers over de gang van zaken in de overheidsdiensten,...maken van deze zeer multiculturele week een maand om nooit te vergeten. MET GEWELD ONDERDRUKT Maandag 26 oktober
In overleg met de advokaten Beels en Swinnen, zou men de volgende dag,
dinsdag 27 oktober, van de rechter het stilleggen van de werken aan het park afdwingen in kortgeding. Aangezien het dreigende vellen van de bomen onherstelbare schade zou betekenen mocht na behandeling van de zaak blijken dat het park bijvoorbeeld in zijn oorspronkelijke staat zou moeten hersteld worden. Bewoners zouden de Stad Antwerpen dagvaarden wegens 'in gebreke zijn' of
'onzorgvuldig handelen', foutief besturen (art.1382). De belangrijkste argumenten waren : * Het negeren van het door de EEG voorziene "recht op wonen". Burgers die een woonplaats kiezen om specifieke redenen, bijvoorbeeld de aanwezigheid van groen, ruimte (sowieso al schaars in de stad) hebben het recht dit te verdedigen. Wordt hen deze elementen van meerwaarde zonder medezeggenschap ontnomen, dan wordt hiermee de stadsvlucht aangemoedigd, slaat de sociale verdringing toe, ten koste van integratie en een harmonieus en organisch vernieuwend samenleven. Overheid in gebreke. * Als de overheid een opdracht geeft voor het uitvoeren van werken, dan moet daar ook enige aanwijsbare nood aan voorafgaan, zoals bijvoorbeeld het aanpakken van verkeersonduidelijkheid. Bewoners en gebruikers die betrokken partij zijn, vrezen dat bij uitvoering van het ontwerp de verkeerssituatie allerminst opgeklaard zal worden. Ondermeer omdat er geen fietspad voorzien is . (Tijdens een werklunch met opdrachtgever, architecten en aannemer, werd in een naburige restaurant het volgende opgevangen: "Een fietspad is niet nodig, dat is toch maar voor een paar bejaarden en steuntrekkers"). Overheid alweer in gebreke. * Als de overheid in opdracht van bewonersbelangen handelt, moet zij dat ook met zorg voor het budget doen. Het prijskaartje van de heraanleg heeft een hoge verspillingsfactor. Foutief besturen. * Bovendien is de overheid nalatig in de zorg voor haar patrimonium: het park werd en wordt verwaarloosd. De hekken, die nota bene beschermd waren, werden gedemonteerd en afgevoerd. Er werd dus een ingreep goedgekeurd die strijdig is aan het besluit van de Vlaamse Executieve houdende de bescherming als monument. * Daarenboven wilden we aantonen dat de overheid niet -zoals het hoort - luistert naar de burger noch naar vertegenwoordigers of hun adviezen, waardoor de burger als het ware rechteloos wordt. Wat hierop volgt is daarvan een bewijs te meer. Maandagavond 26 oktober 1998 Gemeenteraadszitting. Conclaaf in de coulissen...
Dinsdag 27 oktober 1998 Nog een laatste maal zouden de buurtbewoners vanaf 7.15u de bomen bewaken,
tot de advokaten bij de deurwaarder de procedure zouden gestart hebben. TE LAAT !!!
Om 5.00u gewekt door het oorverdovend lawaai van twee bulldozers die in
nauwelijks een halfuurtje tijd alle bomen (lindes, populieren, meidoorns en de veel besproken Japanse kerselaars) van de voortuin omverrijden. HALLUCINANT !
Politie in burger staat op de hoeken van de straat. Acht politiecombi's
staan klaar in de Karel Rogierstraat, om de werkmannen te beschermen tegen de "bewonersguerilla"! Inderhaast uit bed, paniek, elkaar verwittigen.
Totale verbijstering. "Gestapo" en "zo moet de coup in Chili geweest zijn" flitsen door hoofd en maag. Bellen naar politie om hulp " want we gaan seffens naar de rechtbank om het park te laten beschermen..." Geen politie voor de burger, ze zijn allemaal ter plekke, maar dienen andere bevelen, tegen de burger. In enkele minuten tijd de omgereden bomen bezet en de pers verwittigd. De
verhakselmachines die in de zijstraten klaar staan, worden onverrichterzake teruggestuurd: de rekening volgt. 8.00u - 9.00u
De stad ontwaakt en schrikt: The Killing Fields...
Het stadsbestuur heeft haar slag tegen de burgers gewonnen! Vreemde visie op samenwerken aan een leefbare stad... Kortgeding heeft geen zin meer: de dwingende reden is van de kaart geveegd! Toch procederen lijkt niet opportuun: is geld en energie investeren om enkel nog gelijk te halen. Burgers weten beter: wat heb je aan gelijk als je gewoon je park wou beschermen. Wat heb je aan meestappen in een 'eens laten zien wie er gelijk en macht heeft' provocatie. Er is zoiets als de waardigheid van de burger. Machtsspelletjes, neen bedankt. Protesteren, ja. Wat we wel willen, manifesteren, ja. Constructief doordenken hoe het beter kan, ja. De reacties liegen er niet om.
Tot op de dag van vandaag wordt er verwezen naar het gewelddadig neerslaan van de bomen, naar het recht op inspraak, het officieel recht op rechtspraak, het recht op bescherming, op een andere smaak dan de officiële, recht op houden van... Commentaar van de overheid: " We hebben de emoties die deze ingreep zou
teweeg brengen onderschat. En daarbij: de bomen waren toch ziek!" Hier werd StRaten-Generaal geboren : om het bewustzijn aan te wakkeren,
zodat gelijkaardige situaties zich niet zo gauw meer voordoen. Er staan nog bomen in de stad... Donderdag 29 oktober 1998, 5.20u Verhakselmachines en een ploeg van acht werkmannen (met oorbeschermers)
gewapend met kettingzagen en onder politiebescherming, doen alweer oorverdovend hun werk tot aan de middag. Klachten bij de politie tegen nachtlawaai vinden geen gehoor, omdat ze ingegeven zouden zijn door ontevredenheid van de bewoners met de nieuwe plannen ! De tuin is schoongeveegd. Met de hulp van de dienst 'Groenzorg'. Geen zorg: in
totaal werden op de Leopold De Waelplaats 93 bomen in mootjes gehakt, maar volgend jaar zullen er een 50-tal jonge voor in de plaats komen, het plein zou groener ogen dan voorheen... De allure kan beginnen.
PROTEST, MANIFEST, BROEINEST In tegenstelling tot wat de burgervaders en -moeders voor zichzelf hoopten,
hield het protest niet op. De bomen, de tuin, de beelden, waren weg, maar het verzet tegen de barbarij hield stand en de verstandhouding tussen de buurtbewoners ook. We zouden er ook werk van maken wensen, grieven, kennis, kritiek, plannen en alertheid zichtbaarder te maken. We zouden zelf projecten uitbroeden en, als het enigszins kon, de overheid aansporen zelf wat meer maar anders aan projectontwikkeling te doen. Kwestie van een goed vooruitzicht voor Antwerpen. Geïnspireerd door een schrijven van UNESCO-centrum Vlaanderen noemen we ons
bewonersoverleg, of constructieve samenzwering: de Kersentuin. TAM-TAM MAKEN Voor de buurtbewoners die elkaar leerden kennen op de trappen van het
museum, was de brutale manier waarop de stad de Japanse kerselaars liet vellen een extra stimulans om te blijven ijveren voor meer eerbied en inspraak voor de burger. Dat de stad vaak meer 'propaganda' verspreidt dan tijdig informatie te verstrekken, blijkt meer dan eens. Daarom groeide eind november de idee om een heuse buurtinformatiewinkel op te zetten: Tam-Tam, uit het hout van Japanse kerselaars gesneden! De winkel had op zijn minst drie goede redenen om zich Tam-Tam te noemen:
* het is inderdaad de bedoeling om 'tam-tam' te maken telkens de stad opnieuw zo'n stunt uithaalt. * de tam-tam is een eeuwenoud communicatiemiddel en de info-winkel wil een communicatiefunctie vervullen. * De tam-tam is een bekend instrument van de derde wereld, en de info-winkel is tevens de Wereldwinkel van het Zuid. Bekommernis om de leefkwaliteit in de derde wereld verbinden aan de inzet voor rechtvaardigheid en leefkwaliteit in de eigen buurt. LE BOURGEOIS NOUVEAU EST ARRIVé Idealisme : van eretitel tot stigma. De oppositie tegen het volk kan verder
zijn gang gaan, nu met hun medeplichtigheid door hooghartigheid, stilzwijgen en hardhorigheid. Er wordt geroepen , van burgers tot Sans papiers. Er is competentie bij burgers en ambtenaren. Waarom wordt daar niets mee gedaan ? Waarom wordt er niets gedaan met het feit dat er niets mee gedaan wordt ? De selectieve hardhorigheid van de machthebbers wordt op een aanstootgevende manier gecounterd door de doelbewuste misvatting van communicatie, de illusie van inspraak en rookgordijnen overlegorganen. Deze ontmoedigingspolitiek (met voorbedachten rade ?) is een schending van het (psychologisch) territorium van de mens-in-de-straat, met alle ongewenste gevolgen en vooruitzichten vandien... Laten we de democratie verloederen tot er een superarchitect opdaagt die bevel geeft de democratie met de grond gelijk te maken en de stad schoon te vegen? Of zullen we de democratie verzorgen, koesteren, en met liefde beheren zodat ze verder wortel kan schieten en steviger uitgroeien ? HET PLEIN IS AF ?... Woensdag 12 mei 1999
De preview aan het Museum voor Schone Kunsten. De architecten, de overheid,
betrokkenen van het Museum lopen bewonderend over hun plein. Het gepaste antwoord op het lokale ongenoegen. Enkele dissidente buurtbewoners maken ook hun opwachting met een voorstelling van zaken in een krantje. Als contrast met heel dat kunstmatig discours van zij die het monopolie claimen op goede smaak en eigentijdsheid. Vrijdag 15 mei 1999 Officiële opening van het Antoon Van Dijckjaar, in aanwezigheid van de
gestelde lichamen, prominenten, insiders, uitverkorenen en Prins Filip. Aan alle wilde plannen voor een interventie hebben buurtbewoners heel veel plezier gehad. Aan de uitvoering ervan hebben we gelukkig verzaakt. Angst? Schroom? 't Is de tijdsgeest niet? Wellicht effectiever op een andere manier. ' s Avonds worden een duizendtal genodigden verwacht voor een feest op een heel-de-eerste-verdieping-breed tapijt van speciaal voor de gelegenheid gekweekte graszoden. De clan en de acolieten zijn unaniem: het plein heeft allure! Het Vreugdevuur der Ijdelheden... Laag bij de grond, aan de trappen van het Museum, houden enkele tientallen
buurtbewoners een plebejische pic-nic op het beton met kostelijke laag natuursteen. De ons reeds vertrouwde politie is weer van de partij, en is er niet over te spreken dat "we hiervoor geen toelating hebben gevraagd, kwestie van democratie. Niet dat het persé geweigerd zou worden, neen, neen. Kwestie van als de notabelen bellen om te vragen wat er gaande is, dat wij ze gerust kunnen stellen. Per slot van rekening hebt U blijkbaar toch ook weer niet meer zoveel volgelingen." Noortje WIESBAUER SLAAP ZACHT MENEER DE REGENT De erven Fortuyn klappen in elkaar als een soufflé. Volgens sommige
politieke waarnemers moeten de analisten die maandenlang naar de maatschappelijke humus van het fortuynisme hebben gepeild, mee op de knieën. Zij die meenden dat er toch wel wat schortte aan de lokale democratie, aan de representativiteit van de traditionele partijen, zouden nu ongelijk krijgen omdat diegene die dat aanvoelen op een bepaald moment heel even scherp en populistisch heeft vertaald, of geëxploiteerd, (Fortuyn dus) straks geen kamerzetel meer overhoudt. Het is als zeggen: ook dit jaar was er weer geen Witte Mars, ergo de maatschappelijke humus waarvan die een eenmalige en chaotische uitdrukking was, is ook van de baan. Of ook: Wallonië heeft geen extreem-rechts dankzij de goede oude zuil van de PS. Verkiezingsuitslagen zeggen iets over de machtsverhoudingen binnen de
staat, weinig over de staat van de samenleving. Zoals je uit kijk- en leescijfers bijster weinig kunt afleiden over de mens die ons bekijkt en leest. Dat hebben ze in Nederland (hopelijk) geleerd in dit annus horribilis. Dat hadden we in Vlaanderen ook al langer mogen weten. Volgend weekend vindt in Antwerpen de negende StRaten-Generaal plaats, een congres van wakkere Antwerpse burgers. Allesbehalve antipolitiek, wel kritisch en afstandelijk jegens het gezag in al zijn geledingen. En precies omdat ze zo kritisch zijn geen prooi voor de rattenvangers van het Blok. Zo waren er in Nederland, lang voor Leefbaar Nederland en Fortuyn, heel wat wakkere burgers die zich lokaal verenigden. Aan politiek deden in de letterlijkste zin. Als de Nederlandse pers iets te verwijten valt, is het precies dat ze
die stroom te weinig heeft aangevoeld, zich te veel liet verblinden door de kale knikker van Pim. Zoals wij met onze zwarte lichtbak. Zoals een collega deze week op onze politieke-redactievergadering opperde: "Misschien staan we soms wel wat te ver van het volk." Dat we goed verkopen, dat straks in Nederland wellicht weer een 'klassiekere' coalitie uit de bus komt, doet daar geen afbreuk aan. Integendeel misschien: het verblindt. De verleiding over te gaan tot 'de orde van de dag', nog even verder te dansen op de vulkaan die Mark Elchardus al tien jaar boek na boek beschrijft, is ronduit gevaarlijk. 'Wij vechten tegen verzuurde politici'
StRaten-Generaal verzamelt wakkere burgers in Antwerpen
Politici klagen al jaren over desinteresse van de burger. Maar als die
burger zich dan eens kritisch engageert, wordt hij prompt gewantrouwd. Zeker als hij zich niet meteen tot een van de bekende partijkleuren bekent. Dat is de ervaring van enkele Antwerpenaren, twee jaar nadat ze zich verenigden in een StRaten-Generaal. 'De politici zijn lief voor ons. Ze vrezen dat we wel eens een partij, Leefbaar Antwerpen, zouden oprichten. Ik kan ze geruststellen: zo dwaas zijn we niet. Maar het woord 'leefbaar' vinden wij wel waardevol genoeg om het ons niet te laten ontfutselen door Philippe Dewinter. Het Vlaams Blok heeft in zijn geschiedenis al genoeg kunnen recupereren.' Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 had een
aantal burgers die al jaren actief waren in allerlei Antwerpse wijkcomités en verenigingen, er geen goed oog in. De stad werd nog altijd op dezelfde, vrij klassieke manier bestuurd vanaf 't Schoon Verdiep. Van boven naar beneden: politici en administratie maken plannen, de burger mag die wel eens inkijken en desgewenst commentaar leveren, maar meestal pas nadat de beslissing al gevallen is. Van de vele buitenlandse praktijkvoorbeelden over hoe een stad anno 2000 best gerund kan worden om een aantal typische stedelijke problemen aan te pakken, was nog niet veel te merken. Een aantal burgers verenigde zich daarom in een StRaten-Generaal (SG).
Een los-vast netwerk waar individuen,bewonersorganisaties en andere kleine spelers op het lokale middenveld hun ervaringen en acties kunnen bundelen. Onafhankelijk van alle partijen, maar verre van antipolitiek proberen ze overheid en administratie tot samenwerking te bewegen. Het onthaal door de partijen was aanvankelijk koeltjes. Daarna kwamen de soms verfijnde, soms lompe pogingen om die 'blijkbaar toch niet zo zure' burgers op te vrijen, achter een partijpolitieke kar te spannen. Maar sinds een jaar is er op diverse fronten beterschap opgetreden in
de verhoudingen. Vertegenwoordigers van SG deden hun intrede in allerlei overlegorganen. Ze zitten mee aan tafel bij de cel Grootstedenbeleid van de Vlaamse Gemeenschap, die zich buigt over "burgerbetrokkenheid en bewonersparticipatie". Ook zijn ze betrokken bij enkele labs voor 'civiele' samenwerking die met steun van federaal regeringscommissaris voor het Stedenbeleid Charles Picqué (PS) op de sporen werden gezet. In Antwerpen zelf hebben ze sinds kort een antenne in de Milieuraad en de Gecoro (gemeentelijke commissie Ruimtelijke Ordening). "Het is een begin", zegt Noortje Wiesbauer, een van de drijvende krachten
achter SG. "Maar tot nu toe gaat het in al die overlegorganen nog altijd maar uitsluitend over het idee van participatie zelf. We praten over modellen van samenwerking met de politiek, maar aan het eigenlijke werk - waar zo'n samenwerking dan over kan gaan - zijn we amper toe. In Antwerpen-Noord zitten we wel mee in een project voor jongeren. Het gaat om een Europees initiatief voor achtergestelde buurten. Antwerpen bleek bijzonder veel buurtprojecten te hebben, maar je zag er bijzonder weinig van. Niet omdat het aan goede bedoelingen zou ontbreken, wel omdat de stad voor de vele actoren te groot is. En omdat te veel inspanningen botsen op muren van bevoegdheden. Daar kunnen we een schakel zijn, mensen samenbrengen. Wij zitten niet vast in hokjes of bevoegdheden, we kunnen als bewoners vanuit de stad zelf - waar geen hokjes staan tussen milieu, gezondheid, ruimtelijke ordening, wijkleven, cultuur, ... - ervaring inbrengen en begeleiden. Wij willen niet in de plaats van de overheid gaan staan. We zijn een drukkingsgroep. Een aantal vooral jongere politici en
ambtenaren begint dat idee van een partnerschap prima te begrijpen. Dat is onze bedoeling: mensen appetijt geven, de politici zelf en andere burgers. Maar velen beschouwen ons nog altijd in de eerste plaats als concurrenten." Of ze zelf soms niet het gevoel hebben dat ze nu worden toegelaten in
al die organen als 'excuusburgers'? "Soms wel", zegt Lin Ploegaert. "Sommigen beschouwen ons als een luis in de pels, maar dat vinden we evenmin een geuzennaam. Het is onze bedoeling niet. Het zegt meer over het wantrouwen van de politiek en de overheid in de burger, en vooral in verandering, dan over ons. Het cliché van de verzuurde burger is hardnekkig. Het is vooral een projectie van verzuurde politici op de samenleving. We latenn ons niet provoceren. We doen beleefd verder." Hoe kijken ze aan tegen een politicus als Steve Stevaert (SP.A), die
de verzuring wil verzoeten met straatbarbecues, zoals bij het begin van de werken aan de leien? "Een beetje doorzichtig, nee?", zegt Wiesbauer, "30 miljoen propaganda. Al heeft het zijn verdienste omdat het bewoners samenbrengt. Maar als dat het enige is, brood en spelen, dan ben ik sceptisch. Je geeft burgers een feest, maar je hebt eerst wel al hun bezwaren over de politieke beslissing zonder meer van tafel geveegd. Dat is cru en tactloos. Maar als buren elkaar op die gelegenheden leren kennen en ze komen de volgende keer al eens naar een wijkoverleg of ander forum, dan heeft het misschien zijn nut. Al denk ik niet dat dit het effect is dat de politici die zulke dingen organiseren, beogen." Er kwam op die straatbarbecue wel meer volk af dan op de acht bijeenkomsten
van de SG tot nu toe. Voor politici is dat een doorslaggevend argument: representativiteit. Ploegaert en Wiesbauer keren de redenering om. Er zijn allerlei filantropische verenigingen, van de Koning Boudewijnstichting tot de Evens Foundation, die evenmin leden of een achterban hebben. Hun missie bestaat erin om allerlei vormen van 'samenlevingspolitiek' te stimuleren. Ploegaert: "SG is geen partij, wij zijn zelfs geen vereniging. Wij vertegenwoordigen niemand, wel een aantal principes. De partijen domineren de media. Elke scheet in een partij is nieuws. Waar het echt over gaat, politiek en samenleving, komt minder aan de orde. Wij zijn niet tegen de partijen. Integendeel. Een van de inzichten die we proberen los te weken is dat als organisaties in het middenveld, ngo's en de bevolking mee het politieke bedrijf zouden uitmaken, dat op zich juist heel remediërend kan zijn voor de politieke partijen. Nu zitten ze vast in hun wantrouwen. Vanuit die egelstelling zeggen ze dat de burger hén te veel wantrouwt. Tja." SG wil niet overtuigen met aantallen of gezichten. "Er zijn al BV's genoeg
en die brengen maar weinig sociaal kapitaal in", zegt Wiesbauer. "Het zou wel helpen mocht er eens iemand opstaan die met enige autoriteit de essentiële boodschap kan uitdragen: 'Politici, partnerschap loont.' In Engeland heeft een hoge magistraat, lord Scarman, twintig jaar geleden die rol vervuld. Naar aanleiding van rellen in achtergestelde buurten, maakte hij een rapport met aanbevelingen. Zijn conclusie was zonneklaar: de mensen waar het in die buurten om ging, werden niet ernstig bij het beleid betrokken. Ze werden vermalen en vernederd, met de vinger gewezen. Of het nu door Margaret Thatcher of Tony Blair was. Daaruit is de Scarman Trust gegroeid, met als eenvoudige slogan: 'Can Do.' Misschien moeten we in Vlaanderen ook maar eens op zoek naar zo'n gezagsvolle man of vrouw met street credibility." Een 'leider'? "Nee, dank u, wij hoeven geen Vlaamse Pim Fortuyn", zegt
Ploegaert. "Daar zijn die politici van ons toch zo bang voor, hé? Dat we 'aan politiek' zouden gaan doen. Onafhankelijkheid staat niet in hun woordenboek. Geen enkele burger staat boven alle verdenking. We moeten geen partij oprichten. Dan treedt dat hele mechanisme van 'dweep, beschadig en sla neer' in werking, zoals met Fortuyn. Het mist bovendien zijn doel. Liever een stichting of een aantal figuren met enig maatschappelijk kapitaal die met muizenstapjes mentaliteiten kunnen veranderen. Die politici en anderen kunnen doen inzien dat als je een stad duurzaam leefbaar wilt maken, je niet langer zonder actief burgerschap kunt." Vlaams Blok-voorman Philippe Dewinter kondigde anderhalf jaar geleden,
naar aanleiding van de verkiezingsoverwinning van Fortuyn, de oprichting van een "burgerplatform" aan, Leefbaar Antwerpen. Wiesbauer: "Laat hem maar doen. Het Blok heeft juist alles te vrezen van een écht burgerplatform. En van een stad die door meer participatie inderdaad leefbaarder zou worden." Vandaag komt de StRaten-Generaal vanaf 9.30 uur samen in het Hoger Instituut voor Vertalers & Tolken te Antwerpen. Er worden werk- en infosessies georganiseerd en er wordt geluisterd naar getuigenissen van actiegroepen uit binnen- en buitenland. De dag wordt afgesloten met een plenaire vergadering om 15.30 uur. 26-10-2002 Filip Rogiers in De Morgen
2. LEGISLATIEF THEATER, EEN INSTRUMENT VOOR KWALITATIEVE VERDIEPING VAN
DEMOCRATISCHE PROCESSEN Inleiding
In de besluiten van zijn artikel: "The third Way: Die Neue Mitte/Mythe?"
verschenen in het tijdschrift Oikos 2/2000, schrijft Dirk Holemans het volgende: "Er is nood aan nieuwe bruggen tussen burgers en politiek, waar burgers vanuit hun eigen levensverhaal kunnen deelnemen aan publieke debatten. Zo kunnen menselijke ervaringen terug de politiek inspireren en voeden." Dat er nood is aan nieuwe bruggen tussen burgers en politiek wordt vrijwel
door alle democratische politici in het westen verkondigd. De enen doen het vanuit meer populistische drijfveren en willen zo een hele schare burgers achter hun partijpolitieke standpunten krijgen. Dit leidt meestel tot uitholling van democratische processen. Andere politiekers 'werken aan de kloof' om burgers achter de standpunten en de maatregelen te krijgen van de beleidsinstanties waarvoor ze gemandateerd zijn. Hier ontstaat er dikwijls een vreemde loyaliteit tussen bureau- en particratie. Een hermetisch huwelijk waarin de ene partner de andere afdekt tegen de kritiek en het verlangen van de burgers. Ook deze praktijk is een afkalving van democratische vernieuwing.` Waar het mij in het artikel van Holemans om te doen is, is de werkelijke wil
om het democratisch proces bij de bevolking te dienen door politieke organisatie. Dit is een nuance die doorheen de lectuur van het artikel -voor mij- sterk naar voor kwam. Ik zou nog een stukje verder willen gaan in deze redenering: we hoeven de
burger niet te betrekken bij de politiek maar we moeten de politieke organisatie af stemmen op de burgers. Dit lijkt simplistisch maar voor mij is het een wezenlijke nuance als we van 'nieuwe politieke cultuur' spreken. Ik spreek hier graag over de 'kwalitatieve verdieping van democratie'. De term 'democratie' beschouwend als een levensproces van bevolkingsgroepen dat geïntensifieerd kan worden. Het zijn bovenstaande beschouwingen die mij er toe aanzetten om het werk
van Augusto Boal in deze context uit de doeken te doen. Ik ben er zeker van dat zijn 'legislative theatre', een uniek politiek theaterexperiment dat zich afspeelde in de straten en een segment van het stadsbestuur van Rio de Janeiro tussen 1993 en 1996, een concrete bijdrage kan leveren aan de kwalitatieve verdieping van de democratie. A. FORUMTHEATER Om het 'legislative theatre' te begrijpen is het nodig om eerst aandacht te
besteden aan de theatermethode: forumtheater, waarvan Boal de bezieler is. Historiek
Net als in verschillende Latijns Amerikaanse landen bestond tijdens de
beginjaren '60 in Brazilië een ruime sociale beweging van kleine boerengezinnen die zich vooral plaatselijk verenigden om een soms vrij combatieve vuist te maken tegen het grootgrondbezit en de corrupte beleidsapparaten. Boal leidde toen een groep acteurs die aan 'sociaal theater' deden. De troep trok het land door en poogde binnen de strijdcultuur van de kleine boeren, in vaak kleine boerengemeenschappen het vuur brandend te houden. Dit aanvankelijke strijdtheater ondervond allerlei invloeden. In de eerste plaats vanuit het publiek zelf: het was duidelijk dat deze geschoolde artiesten de problemen van de meestal ongeletterde boeren enkel beschouwelijk konden benaderen. Een wezenlijke invoeling met de situatie en het leed van de boerenmensen stuitte op een aanzienlijke kloof. Het was ook de tijd dat het gedachtegoed van Guevara en P. Freire, Boal bereikten (Boal werkte in die tijd regelmatig samen met Freire). Deze verschillende elementen hebben er toe geleid dat het aanvankelijke strijdtheater langzaam maar zeker evolueerde naar forumtheater. Een theatrale debatvorm die niet enkel bruikbaar was binnen Brazilië maar ook in andere Latijns-Amerikanen landen die met dezelfde onderdrukkingsverschijnselen te kampen hadden. In de jaren '70 en '80 woonde Boal -aanvankelijk in ballingschap- in Europa. Van daaruit kende het forumtheater een grote verspreiding. Her en der werden gezelschappen opgericht die deze vorm rond allerlei Europese onderwerpen bezigden (Portugal, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Nederland, Italië, enz.). Voor Vlaanderen was dit onder meer de theatergroep Kopspeld. In Europa werd de methode inhoudelijk aangepast: de onderdrukkingsthemata waarover forumstukken in Europa handelden waren meer versluierd, intrinsieker dan in Latijns Amerika waar een uitgesproken dictatoriale sfeer heerste. In Europa handelde men meer over eenzaamheid, depressie, verslaving, geweld binnen gezinnen, relationele situaties, enz. Momenteel wordt forumtheater over de ganse wereld gebruikt (Japan, India, Zuid en Centraal Amerika, Australië, Europa, Afrika en Noord Amerika.) Onderwerpen zijn legio: de positie van de vrouw, geweld binnen relaties, rassendiscriminatie, pestgedrag tussen werknemers en tussen leerlingen, homofobie, structureel geweld in onderwijssystemen, zelfdoding, toegankelijkheid voor andersvaliden, ouderen in instellingen, echtscheidingen, corruptie, onteigeningen, verhouding buurt-industrie, armoede, werkloosheid, samenleven van autochtonen en allochtonen, besnijdenis van vrouwen, sluitingen van bedrijven, uithuwelijken van jonge mensen, aids, verkeersveiligheid, enz. Enkele essenties
Deze onderwerpen hebben gemeen dat zij telkens een combinatie aanduiden van
maatschappelijke fouten en persoonlijk aangevoelde knelpunten. Uit de woelige Zuid-Amerikaanse jaren '60 en '70 neemt Boal de term "oppression" "opressâo" mee. Afwisselend vertaald door "verdrukking", "onderdrukking". Termen die in mijn werk met jonge westerse studenten weliswaar oubollig aandoen, maar toch een kernbegrip vormen in het gedachtegoed. Het verloop van een forumvoorstelling
Het stuk wordt gemaakt rond een bepaald thema. De voorstelling kent dezelfde
opbouw als een gewoon toneelwerk. Alleen onthoudt het forumtheater zich van een catharsis. Boal stelt dat de catharsis beter voorkomt in het leven van de toeschouwers dan in een knusse theaterzaal. Op het ogenblik dat de spanning volledig opgebouwd is (-dit is tevens het ogenblik waarop de betrokkenheid van de toeschouwer het hoogst is-) stopt het stuk. Dit betekent dat er geen harmonische afloop (geen happy end) is van het gestelde probleem. A. Boal vindt dat door hier af te breken de toeschouwer de meeste kans krijgt om over de ingevoelde situatie te reflecteren. Bij een 'happy-end' zou het -in de ogen van de toeschouwer- de acteur/actrice zijn die de problemen oplost. Nu blijft na het eerste stuk de toeschouwer op zijn/haar honger zitten. En deze honger mobiliseert. Het stuk wordt na een pauze van voor af aan opnieuw gespeeld. Tijdens de pauze wordt het publiek licht opgewarmd om in het tweede deel zelf daadwerkelijk initiatief te nemen. Bij het herspelen van het stuk door de vaste acteurs en actrices krijgt iedereen in het publiek de kans om op welk moment ook, het stuk stop te zetten en de protagonist/e (lees de onderdrukte) op scène te vervangen. De toeschouwer wordt nu zelf actrice of acteur en probeert haar/zijn invloed te laten gelden in het stuk. De overige vaste acteurs/actrices improviseren trouw aan hun rol en personage. Hierdoor krijgen de interventies van de gastacteur/-actrice een realiteitswaarde. De werking van de methode
In de praktijk blijkt dat meerdere toeschouwers dezelfde cruciale momenten
in een stuk uitkiezen om hun antwoord te spelen. Het zijn zinvolle momenten in een forumvoorstelling omdat dan verschillende, mogelijke handelwijzen van de protagonist(e) naast elkaar worden gezet. De invloed van de protagonist(e) wordt zo geëxpliciteerd. In Boaltermen wordt de invloed van de onderdrukte bloot gelegd. Oppervlakkig beschouwd is dit een paradox, een onderdrukte die invloed heeft. Juist door deze paradox te beleven wordt de protagonist(e) iemand die in zijn/haar eigen macht komt en meer een mens wordt die vanuit zichzelf handelt. Maar dit protagonistenproces speelt zich uiteraard niet alleen af. Als één
rader beweegt, beweegt het hele systeem. Zo worden door het inspringen van het publiek in de rol van de protagonist(e) ook de andere pionnen in het systeem duidelijker. De antagonisten (onderdrukkers) zullen bij de minste tegenstand hun strategieën aanscherpen, aanpassen of veranderen waardoor hun posities, drijfveren en dergelijke nog meer geëxpliciteerd worden. Zo wordt ook de rol en de betekenis van tetragonisten duidelijk. (De zogenaamde neutrale getuigen. BV een protagonist wordt door een antagonist op straat overvallen. De tetragonist, een wandelaar die net zijn hond uitlaat, ziet het gebeuren en grijpt niet in) Enkele toelichtingen:
- Boal ontwierp een nieuwe term voor het forumpubliek. Hij noemt ze
'spectactors', vrij vertaald: 'spectacteurs/trices'. Een samenvoeging van de termen 'spectactor' en 'actor'. Etymologisch zijn er twee grondbetekenissen verweven in dit woord NL het beschouwen (latijn: spectatum) en het handelen (latijn: actum). De samenhang van deze twee menselijke mogelijkheden verandert de mens van passief wezen naar actief. - Forumtheater is een middel om vrijheid te stimuleren: de vrijheid om gestalte te geven aan je waarneming en daardoor een leefomgeving te scheppen die je welzijn bevordert. - Tijdens de forums wordt het debat met louter woorden zoveel mogelijk achterwege gelaten. Een echt debat bestaat niet alleen uit woorden maar ook uit daden. Dit heeft te maken met het mensbeeld van Boal en anderen: Een mens is een verwevenheid van waarnemingen, gevoelens, emoties (roerselen of innerlijke bewegingen), gedachten en uiterlijke bewegingen in communicatie met anderen en omgevingen. Indien het debat louter met woorden zou gevoerd worden, kan het onderwerp geen daadwerkelijke betekenis hebben voor het leven. Regisseurs merken heel dikwijls dat als mensen de neiging vertonen om enkel over problemen te spreken, de rest van het expressievermogen en van de beleving verdwijnt (mimiek, handelingen, bewegingen). Je kunt natuurlijk de oefening maken wat het zou zijn als mensen met problemen enkel zouden handelen of enkel zouden voelen. (In het laatste geval kom je heel dikwijls in de psychiatrie terecht.) - Als het om forumtheater gaat, gaat het voor honderd procent over theater. D.w.z. dat een forumstuk niet de realiteit is maar het beeld ervan ( in de zin van 'ceci n'est pas une pipe'). Voor het sociaal actiemiddel forumtheater levert dit een beperking en een voordeel op. De beperking is dat de forumbehandeling van een onderwerp telkens slechts symbolisch kan gebeuren. De echte sociale veranderingen gebeuren bij het publiek thuis, op het werk, de school, de familie, enz. De hinder is dat je een zekere afstand hebt, je werkt als forumacteur/trice nooit helemaal concreet aan veranderingen en daardoor kun je deze verandering ook nooit sturen of bepalen. Een forumvoorstelling is een steen die je in een vijver gooit met de hoop en nieuwsgierigheid dat de deiningen aan de oever iets veranderen. Het voordeel is dat er binnen de symboolomgeving van een theaterstuk een veiligheid bestaat. Het hoeft allemaal niet echt te zijn. Je kunt dingen (emoties, geluidsterktes van je stem, zinswendingen, gedachten, handelingen) uitproberen. Als ze mislukken, is het niet zo erg als in de werkelijkheid. In die zin heeft een forumtheaterstuk een ondersteunende betekenis voor de gewone werkelijkheid van de spectacteur. Daarom zijn aan de vormgeving van dergelijke stukken enkele regels verbonden. De voornaamste in dit verband is dat er zowel tijdens het eerste gedeelte dat door de vaste acteurs/actrices wordt gespeeld als tijdens het tweede deel van de voorstelling gewaakt wordt dat de speeltrant niet 'magisch' wordt. Alle speelstijlen (naturalisme, romantisch, allegorisch, realistisch enz.) zijn goed, behalve het surrealisme (wat niet wegneemt dat ik niet kan genieten van een surrealistisch stuk). Het surrealisme dient de doelstellingen van een forumstuk niet omdat het de realiteit verlaat in plaats van benadert. - Een forumstuk kan op verschillende manieren gemaakt worden. Men kan met mensen die in de situatie leven een stuk maken. BV in Rotterdam wordt in een bepaalde wijk een stuk gemaakt door Marokkaanse jongeren en autochtone buurtbewoners (meestal ouderen). Dit stuk wordt in de eigen buurt opgevoerd en vervolgens trekt het door verschillende Rotterdamse buurten waar gelijkaardige problematieken zich voordoen. In dit project zit er een professionele regisseur en enkele buurtwerkers die de productie ondersteunen. De makers en spelers zijn de buurtbewoners zelf. Het voordeel van deze productiewijze is dat de acteurs door het maken een dieper inzicht verwerven in hun situatie en deze meteen in verband kunnen brengen met hun dagdaagse werkelijkheid. Vaak is tijdens de voorstelling de drempel tot participatie van het publiek lager en het theatraal debat intenser. Probleem hier is dikwijls een trager productieritme en op sommige momenten een grotere weerstand bij de spelers. Een andere mogelijkheid om een stuk op te bouwen is met professionele acteurs. Het werkt sneller. Hoewel de meeste stukken toch een groter inlevingstijd in de problematiek en de beleving ervan, nodig hebben. Telkens is toch een intens contact met getuigen onontbeerlijk. Meer dan eens wordt een mengeling van cast voorzien: zowel professionele acteurs/actrices werken samen met gelegenheidsacteurs/actrices die het thema dagelijks beleven. Dikwijls is de budgettaire factor een doorslaggevend element in de keuze. B. LEGISLATIEF THEATER
Jaren nadat het forumtheater ontstond, kreeg deze theatervorm, begin de
jaren negentig in Rio de Janeiro een verlengstuk. Hierdoor konden de resultaten van het forumtheater niet enkel omgezet worden in bewustwording maar kreeg deze bewustwording ook de kans om in de beleidstructuur van een regio in te grijpen. Dit via 'legislative theatre', een theaterprocedure -of liever en beleidsprocedure- waarin zowel betrokken burgers als wetgevers samen aan wetgevend werk doen. De aanleiding:
In 1989 werkten in Rio de Janeiro (6 miljoen inwoners plus 6 à 7 miljoen in
de buurtsteden) 35 culturele animatoren voor het CTO, het centrum dat het forumtheaterwerk in de stad coördineerde. Door een wisseling van de macht verloren nagenoeg alle voorheen gesubsidieerde animatoren hun inkomsten. CTO werd een groep overlevers die waar ze konden, forumopdrachten van non-profitgroepen op zich namen. Zo werkte de groep steeds meer voor een bepaalde vakbond. Steeds meer werd de groep geassocieerd met deze vakbond en werd tevens voorwerp van de tegenstanders van deze vakbond. In 1992 werd de bus van de groep bekogeld door stenen van een groep tegenstanders. Dit voorval en de vele tegenstand en tegenslag die de sterk uigedunde groep te beurt viel, deed hen besluiten het CTO op te doeken. Toevallig was 1992 tegelijk een verkiezingsjaar. Als laatste ademtocht bood het CTO zich aan bij de Werkliedenpartij (PT) om de verkiezingscampagne te helpen voeren. CTO wou de campagne theatraliseren met straattheater en forumtheater. Het voorstel van CTO werd door PT aanvaard op voorwaarde dat één van de CTO-mensen zich verkiesbaar zou opstellen. Allen vonden dat Augusto Boal, sinds jaar en dag bezieler van het CTO, de kandidaat moest worden. Iedereen was het er over eens alleen één man: Boal zelf. Hij was evenveel in het buitenland als in Rio met forumprojecten bezig. Daarbij kwam dat hij zijn leven lang theater had gemaakt en dat hij nu plotseling een beleidsman zou worden waardoor hij dag in dag uit met wetteksten moest bezig zijn, zinde hem niet. Maar de groep hield vol en Boal liet zijn weerstand varen door de veronderstelling dat van de 1200 kandidaten slechts 42 konden gekozen worden uit 22 partijen. De kans was dus heel klein dat hij zijn job als theatermaker zou moeten opgeven. Maar toch: met de weinige financiële middelen die het CTO had, slaagden ze erin om gedurende de kiescampagne heel veel het nieuws te halen. Ze speelden theater, bouwden stoeten. Waar er grote bijeenkomsten waren van mensen waren ook zij aanwezig. En wat meer was: hun kleurrijk en ludiek optreden zorgde voor interessante beelden voor de media, interessanter dan beelden van politiekers die in maatpak een debat voerden of een toespraak hielden. Ten slotte werd Boal verkozen. Tot grote verbazing van de groep (die aanvankelijk enkel den PT wou helpen) en tot ontstemming van Augusto Boal die alleen de groep had willen helpen met zijn opstelling. Boal zelf was gedurende de kiescampagne heel veel in het buitenland. Legislatief Theater
Boal was vereador geworden. Eén van de 42 'gemeenteraadsleden' die onder de
leiding van een burgemeester de stad van 6 miljoen inwoners van 1993 tot 1996 kon besturen. In plaats dat de bijdrage van het CTO aan de campagne een laatste ademtocht zou worden werd het een nieuwe levensfase. Boal kon als vereador binnen zijn kabinet tal van CTO-mensen aanwerven om op die manier de forumtheatertechniek te gebruiken in het wetgevend werk. De structuur
Centraal staat de relatie tussen vereador en partners. In de communicatie
tussen vereador en partners kwamen de wetten tot stand. Enerzijds bestaan de partners uit bevolkingsgroepen die rond een levensthema gegroepeerd ('links') zijn (huisvrouwen, leraars, studenten, homo's, gehandicapten, bewoners van een bepaalde buurt, enz.). Anderzijds bestaan die partners ook uit forumtheaterkernen die her en der over de stad verdeeld zijn. Er waren binnen de grenzen van Rio 14 dergelijke kernen actief. Tussen de groepen onderling werd een netwerk gecultiveerd. Contactvormen die
gehanteerd werden zijn forumtheaterstukken die de ene groep voor de andere speelde. Er werden allerlei forum festivals ingericht. Forumtheaterstukken werden ook op allerlei gelegenheden gespeeld (BV. bij demonstraties, congressen, e.d.). Maar er waren ook specifieke bijeenkomsten. Hierin werd soms de parabelvorm gebruikt. BV. een groep boeren kwam samen met studenten om over specifieke problemen rond grootgrondbezit te praten. Eerst staken studenten een parabel in elkaar waarin zij zonder woorden maar met een opeenvolging van theatrale beelden en sferen hun voorstelling van de problematiek toonden. Dit verdiepte heel vaak de discussie en de verbondenheid tussen de mensen. Tussen het kabinet en de partners waren de volgende communicatievormen
uitgewerkt: a. De 'kamer op het plein'
Een bijeenkomst van gewone mensen rond een bepaald thema (dikwijls in de
open lucht) met de bedoeling een wet te maken. De bijeenkomst bestaat uit een forumtheaterstuk van een kern of een link en een gesprek. In het gesprek wordt niet enkel gestemd over de mogelijkheden maar er worden ook standpunten verwoord door de mensen zelf. De aanwezigen hebben vooraf teksten doorgenomen. Een wetgevende deskundige is aanwezig en participeert aan het gesprek. Een coördinator maakt tevens een rapport op van de werkfase (voorstelling en interventies, suggesties, motieven en nieuwe informatie rond het thema). De 'kamer op het plein' wordt rond hetzelfde thema op verschillende plaatsen in Rio georganiseerd. b. Interactieve Mailing List.
Per lopend legislatief thema dat het kabinet behandelt worden mensen
aangeschreven om het kabinet te informeren en opinies weer te geven. Soms organiseren groepen mensen een 'kamer op het plein' vooraleer ze antwoorden op de brief. Vervolg van de contacten tussen groepen en kabinet:
Op het kabinet wordt na het contact over een bepaald thema en groep van administratieve mensen, legale deskundigen, bevoorrechte getuigen gevormd. Ze werken in twee fasen. Eerst worden de rapporten van de bijeenkomsten grondig gelezen. Daarna volgt er een eliminatie van hetgeen niet relevant is en opname van wat relevant is. Dit wordt tot een wettekst verwerkt. Daarna gaat het wetsontwerp terug naar de groep mensen die aanwezig was op 'kamer op het plein' en wordt de feedback nogmaals verwerkt. Pas dan gaat het ontwerp naar het parlement. De visie
In dit stuk poog ik om beknopt een inhoudelijke parallel te trekken tussen
wetgevend en theaterwerk. Ik laat me ook hier inspireren door geschriften van Boal. a. van fenomeen naar wet
In elk fenomeen, elk voorval, elke toestand zit er een wet. Zowel in de
natuur, de kosmos als tussen de mensen. Een wet is meestal ongeschreven en heel dikwijls zelfs onuitgesproken, zelfs onbewust. Hoe lang heeft de appel niet moeten van de boom vallen vooraleer een zekere Newton de wet formuleerde? Meestal zijn het crisissen die ons nopen wetten te formuleren. Het is de pijn die ons de grenzen doen beseffen en ons levenswetten doen expliciteren. Dit zou de essentie van wetgevend werk moeten zijn. Gevoelig zijn voor fenomenen die zich voordoen in natuur en maatschappij en de keuze maken om daar expliciete wetten over te maken die het belang van de ganse samenleving dienen, dat is wetgevend werk. b. theater
Theater moet herkend worden door de toeschouwer. Wordt het niet herkend als
iets dat eigen is aan het leven dan haakt de toeschouwer af. Hij/zij verlaat de zaal of blijft beleefd zitten spelen met de brochure of begint zich onbehaaglijk te voelen of te gapen, enz. Als het ganse publiek een dergelijke houding aanneemt dan zit je met een stuk dat geen theater is. Hoe komt dat? Theater handelt over levensprocessen, levenswetten. Deze levenseigen zaken zijn punten van herkenning voor de toeschouwer. Daar zal hij/zij naar kijken en blijven kijken. Niet dat de toeschouwer zich daarvan bewust is, meestal niet. Wie theater wil maken moet zich bezig houden met een onderzoek van levensprocessen, een speurtocht doorheen de wetten van het leven. Net als een natuurkundige, een echte wetgever,...... c. de twee samen.
Een doorgedreven theateronderzoek houdt de mogelijkheid in zich, om de
wetten uit fenomenen zichtbaar te maken. Belangrijk in het geval van het legislatief theaterproject in Rio de Janeiro, was wel dat er uitwisseling moest zijn tussen de verschillende groepen die een sociaal fenomeen in een theatervorm goten. Dit om te toetsen of de formulering van de wetten wel voor de ganse gemeenschap geldend was. Met een doorgedreven theateronderzoek wordt hier bedoeld: het repetitieproces waarin het eerste deel van het forumstuk gemaakt wordt, de vertoningen, de gesprekken achteraf met de besluiten, het technisch omzetten van de besluiten in teksten, de terugkoppeling naar linken, kernen en anderen. C. Enkele beschouwingen tot slot
- In een wereld waarin kennis zich verengt met informatiekennis (kennis uit
boeken, tijdschriften, internet, opleidingen, onderzoekswerk, wetteksten) krijg je maatschappijen met extreme snelheden. Mensen die de informatietrein niet gemist hebben en anderen. Eén van de gevaren is dat het beleidsproces gevoerd wordt vanuit degenen die het meest gevat en snel met kennis overweg kunnen. Dit wil niet zeggen dat deze informatiekennis het leven of levensprocessen dient. (Haast en spoed is zelden goed.). Tegenover informatiekennis plaats ik levenskennis. Levenskennis is een integratie van voelen, denken, waarnemen en andere zaken die heel moeilijk in een jargon te vatten zijn. Levenskennis wordt niet louter geëxpliciteerd door wetenschappers en denkers, door statistieken, theorieën en vakjargon. Levenskennis wordt geleverd door mensen die in het leven staan. Dus ook door zij die vanuit hun ervaringen een hekel hebben aan het wetenschappelijk, bureaucratisch beleidsjargon. Kennis mag zich niet beperken tot de informatiekennis want deze ideologie sluit anderen uit. Aan de basis van democratische processen in de samenleving hoort levenskennis. Wanneer beleidsmakers deze zaken uit het oog verliezen dan krijg je een
probleem van 'betrokkenheid', dan krijg je vervreemding van het beleidsproces. Het mooie aan het legislatief project in Rio is dat via het theatermedium
mensen niet alleen uitdrukking geven aan gedachten maar ook van belevingen die maximaal verbonden zijn met het dagelijkse leven. Daarbij is het de man of de vrouw, ev. het kind in de straat die daadwerkelijk aan de wetgeving meewerkt. In deze drie jaar werden door de partners en het kabinet van vereador Boal
13 wetten gemaakt. Misschien vind je dat weinig maar kijk ook eens naar de kwaliteit van de processen die eraan zijn voorafgegaan. - Een opmerking die dikwijls terugkomt bij mensen die met het werk van Boal
niet bezig zijn is dat deze theatermethoden die op actieve zelfbeleving van het publiek gebouwd zijn meestal hier in het koudere Europa geen aansluiting kunnen vinden met de heersende cultuur en de culturele context (individualisme, een grotere gereserveerdheid, enz.) Hoewel deze opmerking begin de jaren zeventig ook werd geformuleerd voor het forumtheater kunnen we nu vaststellen dat in meer dan 45 landen over de hele wereld de methode gebruikt wordt, zowel in de theaterwereld, de educatie en het onderwijs, binnen bewegingen als door therapeuten. Telkens heeft de methode zich aangepast aan andere culturele contexten (van Canada tot Egypte). Waarom zou de Vlaamse politieke context zich niet kunnen laten inspireren door legislatief theater? De nood aan kwalitatieve verdieping van onze democratie is nijpend genoeg. - Legislatief theater is een instrument om het democratisch proces te
verdiepen. Maar laat ons niet naïef zijn. Een aantal mensen in Vlaanderen hebben niets aan het theater als medium. In die zin is legislatief theater geen formule die we hier maar eventjes kunnen toepassen om het democratisch proces te verdiepen (of te redden). Dit medium is met omzichtigheid toe te passen en aan te passen aan de (sub)culturen waarvoor ze kunnen dienen. Dit artikel is dan niet alleen bedoeld om dit instrument kenbaar en bruikbaar te maken in Vlaanderen, maar ook als illustrerende inspiratiebron voor democratische verdieping. Misschien vinden andere media hun instrumentele waarde om hetzelfde doel te bereiken. Lucas Vandenbussche
Bio
Lucas Vandenbussche werkt deeltijds met groepen sociale hogeschoolstudenten aan forumtheaterstukken, anderzijds is hij freelance drama-docent en vormingswerker. LITERATUUR Boal, A., theatre of the oppressed, Pluto Press, 1979
Boal, A., Games for actors and non-actors, Routledge London and New York, 1992 Boal, A.,The Rainbow of Desire, Routledge, London and New York, 1995 Boal, A., Legislative Theatre, Routledge, London and New York, 1998 Holemans, D., The third Way: Die Neue Mitte/Mythe?, Oikos13, lente 2000:11-33 Schutsman, Mady, Cohen-Cruz, Jan, Playing Boal, Routledge London and New York, 1994 Vandenbussche, L., Theater, Instrument voor Welzijnswerkers, onuitgegeven syllabus, kvmw Gent, 2000 3. "Ecologisch burgerschap" - Dirk Holemans A. Inleiding
De 'Battle of Seattle' en het Rwanda-tribunaal in Brussel tonen dat onze
wereld snel wijzigt. Situaties en beslissingen op andere plaatsen beïnvloeden hoe we lokaal leven. In eigen land zijn bevoegdheden meer dan ooit verdeeld over niveaus boven en onder dat van de natiestaat. De mondige burger en de maatschappelijke expertise van het middenveld worden evenwel veronachtzaamd. De verschillen tussen de traditionele partijen verkleinen. In heel wat Europese landen vinden liberalen en sociaal-democraten elkaar in de 'Derde Weg'. De voorbije 30 jaar groeide ook de groene politiek uit tot een volwaardige politieke stroming. Bij het begin van de 21ste eeuw staan de natiestaat, het hiermee verbonden concept van burgerschap en solidariteit, alsook vormen van internationale samenwerking onder druk. In het licht van deze gewijzigde context situeert zich het debat over democratie, een voortdurende zoektocht naar een geschikte vorm van samenleven en collectieve besluitvorming. B.Vormen van burgerschap
Het debat over burgerschap telt drie spanningsvelden: de spanning tussen
rechten en verantwoordelijkheden, de houdbaarheid van een burgerschap verbonden met de natiestaat, of de vraag of het voor iedereen toegankelijk is. De klassiek westerse modellen focussen op de eerste. Het liberale model van passief burgerschap beschermt private rechten tegen overheidsinmenging. In de republikeinse opvatting spelen burgers een actieve rol in het vormgeven van één politieke gemeenschap. Geen van beide is vandaag nog werkbaar. C. Burgers in een nieuwe samenleving
Een eigentijdse visie op burgerschap houdt rekening met de maatschappelijke
evoluties. Individualisering is verbonden met de overgang naar de moderne industriële samenleving. De moderne mens komt los van zijn traditionele bedding. Het wegvallen van tradities onthecht, de mobiliteit opent voorheen gesloten en uniforme leefpatronen. Door internet, mobiele telefonie enz. hangt sociale omgang niet langer af van geografische nabijheid. Via hun werk en media worden burgers gebonden aan een mondiale productiecultuur. Pessimisten zien de wereld als een labyrint waarin de mens ronddwaalt. Positief bekeken kan het individu meer eigen keuzes maken, de levenswijze continu herbekijken. Men noemt ze reflexief . Globalisering duidt er op dat landen ten dele een functioneel onderdeel zijn van een mondiaal systeem, wat ook geldt voor elk van ons. Natiestaten zijn niet langer centrale spelers. Binnenlandse politiek wordt buitenlandse en omgekeerd. De natiestaat krijgt het gezelschap van lagere en hogere besluitvormingsniveaus zoals Vlaanderen en Europa. Door economische globalisering spelen multinationals staten tegen elkaar uit om de meest gunstige vestigingsvoorwaarden. Een derde dimensie is het groeiend netwerk van grensoverschrijdende niet-gouvernementele organisaties. Ook migratiestromen leiden tot meer pluriformiteit en multiculturaliteit in de bevolking. De industriële technologie leidt tot ernstige aantastingen van het leefmilieu. Naast voordelen brengen vele ontwikkelingen nieuwe vragen met zich mee. De westerse welvaartstaat slaagde erin om tal van risico's uit de 19de eeuw te beperken (cf. sociale zekerheid). Sinds enkele decennia staat de verdeling van nieuwe, ecologische risico's centraal. De risicomaatschappij doet haar intrede als blijkt dat deze risico's levensbedreigend kunnen zijn, en het besef groeit dat ze niet langer voorzien, beheerst en verzekerd kunnen worden. D. Aanzetten voor een eigentijdse visie op het politieke
De vertrouwde controlemechanismen van overheid en wetenschap falen. Deze
institutionele crisis holt de macht van de overheid uit en de beslissingscentra verschuiven naar de subpolitiek. Het bedrijfsleven, onderzoekslabs, media, rechtbanken en allerlei bewegingen en groeperingen wegen op de besluitvormingsagenda. Subpolitiek is de verzamelnaam voor die politieke acties die plaatsgrijpen buiten de representatieve instituties van het nationale systeem. Het is geen verfijning van het bestaande maar een op zoek gaan naar andere regels: rule-altering politics. Tegelijk staat het handelen van deze machtscentra ter discussie. Levenspolitiek houdt verband met de toenemende mogelijkheden om doordachte keuzes te maken over ons leven. Persoonlijke beslissingen staan echter niet los van de voortdurende druk om zich te conformeren aan levensstijlen ons opgedrongen door media en reclame. Klassieke verbanden zoals familie eroderen, maar simultaan worden nieuwe intermediaire instituties gecreëerd. Levenspolitiek wil aandacht voor het particuliere in het universele. Collectieve levenspolitiek zou betekenen dat gemeenschappelijke beslissingen - bvb. door de vakbond - een invloed uitoefenen op het verloop van mensen hun leven. Zelfontplooiing is geen synoniem voor egocentrisme, maar heeft te maken met sociale relaties en engagement. Weliswaar gaat het om andere vormen van solidariteit en engagement dan vroeger. Het vertrekpunt in het Belgische migrantendebat is vaak dat de samenleving een homogene entiteit hoort te zijn. Men verwacht een verregaande acculturatie van nieuwkomers. Socio-culturele verscheidenheid op zichzelf is echter geen probleem voor het goed functioneren van een samenleving. Samenleven is een zoeken naar een gezond evenwicht tussen het 'algemeen belang' en het pluralisme. Op een faire manier recht maken en politiek bedrijven kan pas door expliciet rekening te houden met verscheidenheid en verschillende socio-culturele identiteiten. Integratie kan dan nooit assimilatie betekenen. Integratie staat voor een ontwikkeling naar een situatie waarin alle leden van de samenleving optimaal kunnen participeren in de verschillende maatschappelijke velden en de samenleving als een geheel kan functioneren. Het gaat niet om individuele aanpassing, maar om de positie en kansen van mensen in segmenten van het sociale leven: huisvesting, onderwijs enz. Structurele maatregelen van overheid en bedrijfsleven staan hiervoor garant. Een multiculturele en pluriforme samenleving verzekert en moedigt de integratie van alle leden ervan aan, wat niet betekent dat iedereen zich moet conformeren. Positieve actie kan achterstandsposities compenseren. Politieke rechten bleven uitdrukkelijk voorbehouden aan staatsburgers. Het partieel burgerschap onderscheidt volwaardige 'citizens' van 'denizens', die alle rechten genieten behalve volledige politieke. Door de toekenning van gemeentelijke stemrecht aan alle inwoners verbetert de overheid zelf de inclusie van niet-staatsburgers. Een postnationaal Europees burgerschap heeft EU-burgers een grotere rechtsbescherming dan derdelanders en vreemdelingen die wachten op de uitkomst van een asielprocedure. Voor illegale vreemdelingen lijkt regularisatie van tijd tot tijd onvermijdelijk. De toekenning van groepsrechten is in de Belgische politiek geen nieuw fenomeen. Onze overlegdemocratie steunt er op, en sinds de federalisering is België een multinationale staat waarin groepsrechten qua representatie voor nationale groepen vanzelfsprekend zijn. Een nadeel is dat ze de groepslogica en de groepen zelf versterken. Identiteiten definitief vastleggen is geen goed idee. Wanneer speciale poltieke vertegenwoordiging leidt tot uitsluiting en het verdwijnen van solidariteit, creëert men een systeem van apartheid. Er is een nood aan een concept van burgerschap dat nationale grenzen overstijgt. Het koppelt burgerschap los van de staat door een institutioneel kader dat globale burgerrechten verzekert. Een universeel principe van de Mensheid dat verschillend is van een natie en burgerschap houdt een dam in tegen fragmentatie. Universele mensenrechten appelleren aan een hogere autoriteit dan rechten verschaft door een staat. De Derde Weg of actieve welvaartstaat domineert het politieke centrum. Ze herwaardeert de marktmechanismen voor de verdeling van zowel goederen en diensten als arbeid. Het activeringsdebat gaat over de rol van sociale grondrechten. Als solidariteit een basisrecht is, horen mensen vrij te zijn van armoede (cf. een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen). De actieve welvaartstaat slaat door naar de contracttheorie. Deze veronderstelt wederkerige rechten en plichten: een tegenprestatie is vereist voor een uitkering. Ze verengt maatschappelijke participatie tot deelname aan de arbeidsmarkt, en arbeid tot loonarbeid. De eisen van flexibiliteit, productiviteit en opleiding, of de kwaliteit van arbeid worden niet in vraag gesteld. De toenemende sociale ongelijkheden vormen een tijdbom onder de samenleving. Sociale rechten kunnen geen voorrecht worden voor werkwilligen. Ecologische grondrechten moeten worden erkend. Een ecologisch duurzame samenleving is een basisvoorwaarde opdat een democratie houdbaar is. Ook het individueel recht op een gezond leefmilieu is een grondvoorwaarde voor politieke participatie (cf. ozonvervuiling). Supranationale overheden en multinationals nemen beslissingen die het leven van burgers ingrijpend beïnvloeden. Grondrechten moeten worden erkend en afdwingbaar gemaakt op de niveaus waarop deze organisaties handelen. Het maatschappelijk middenveld of de civiele maatschappij verwijzen naar de maatschappelijke sfeer tussen markt, staat en gezin. Door verenigingen kunnen burgers collectieve actie ondernemen en leren ze samenwerken. De actieve betrokkenheid van burgers is de beslissende factor voor het goed functioneren van een regering. Een goed uitgebouwd verenigingsleven is het sociaal kapitaal van een samenleving. Onderzoek leert dat lidmaatschap van verenigingen niet leidt tot positievere gevoelens tegenover minderheden. E. Ecologisch burgerschap
Ecologisch burgerschap versterkt grondrechten met ecologische grondrechten
en stimuleert actief burgerschap. De burger blijft lid van zijn land, maar is tegelijk deelnemer aan mondiale processen die vragen om democratisering. Elke burger heeft gelijk recht op gelijke rechten. Daarom moet recht worden gedaan aan de specificiteit van bepaalde bevolkingsgroepen. Ecologisch burgerschap hecht grote waarde aan verbondenheid, maar waakt erover dat deze banden niet knellen. Autonomie is het vermogen om zelfstandig richting te geven aan het eigen leven, maar in het besef dat men hiertoe anderen en een leefbare natuurlijke omgeving nodig heeft. Door de erkenning van elkaars keuzes onstaan gemeenschappelijk gedeelde 'dialogische ruimtes' in het persoonlijk leven, de sociale bewegingen, de bedrijven enz. Belangrijk is de verspreiding van de democratie, zowel naar de diverse maatschappelijke actoren als doorheen landen. Het komt er op aan alle machtscentra te democratiseren. Centraal in de kosmopolitische democratie staat de versterking van een kosmopolitische, democratische wet. Ze stelt individuen in staat om zich te mengen in de interne zaken van elke staat om bepaalde rechten te beschermen. In het meervoudig burgerschap vallen burgers onder de jurisdictie van verschillende overheden die ze ook verkiezen. F. Naar een dialogische democratie
Participatieve democratie en open beleidsvoering verrijken de
representatieve democratie tot een 'dialogische democratie'. Ze gebruikt de ideeën aanwezig in de samenleving, creëert een draagvlak, werkt klantgericht en verfrissend. Opvattingen, verwachtingen en de persoonlijke ervaring van mensen vormen de grondslag van betrokkenheid in een interactief beleidsproces. De burger is beter opgeleid en mondiger. Hij is te mobiliseren voor uiteenlopende thema's, maar laat weinig van zich horen zolang zijn belangen naar behoren worden behartigd. Zijn politiek engagement bestaat vooral uit het oplossen van dagelijkse problemen. Nieuwe publieke ruimtes moeten gericht zijn op de burgers en kwalitatief debat mogelijk maken. Kwantitatieve vormen zoals het referendum dienen eerder het sluitstuk te zijn van een dialogisch maatschappelijk debat. Open beleidsvoering betrekt burgers zo vroeg mogelijk in het planningsproces en neemt hun deskundigheid ernstig. Zo onstaat een verticaal gesprek tussen bewoners onderzijds en experts bovenzijds. Dit vergt nieuwe beleidsinstrumenten en forums zoals burgerjury's, dialogische referenda, future search of legislatief theater. Een keurmerk voor interactief beleid telt vijf criteria: de mate waarin burgers worden betrokken, de openbaarheid, de gelijkheid (bvb. het vertalen van beleidstaal), de opbouw van vertrouwen (bvb. door formele regels), en of burgers bij voorbaat weten hoe hun inzet wordt gevaloriseerd in de besluitvorming. Dialogische beleidsarragementen hebben een experimenteel karakter: de regels worden ten dele tijdens het spel zelf geschreven. In winstvrije ruimten worden burgers niet geconfronteerd met de nooit afhoudende publiciteitsmachine. G. Eigentijdse visie op de overheid
We democratiseren nieuwe machtscentra via besturen op afstand, namelijk door
het interne democratische karakter ervan bij wet vast te leggen. Voorts leggen we principes op van aansprakelijkheid, verzekerbaarheid, maatschappelijke aanspreekbaarheid, en transparantie. Ten derde legt de samenleving de randvoorwaarden voor de verschillende machtscentra bindend vast (cf. de ethische grenzen bij dierenproeven). Even belangrijk als indirecte sturing is het langetermijnperspectief door de invoering van consensuele principes zoals het voorzorgsprincipe. Daarnaast kunnen specifieke publieke ruimtes worden opgericht zoals de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling. De hervormingen van de overheidsdiensten steunen sterk op een bedrijfsmatig managementsmodel. De burger en de ambtenaar komen onvoldoende in beeld. De burger wordt veleer benadert als klant van een dienstverlenend bedrijf, dan als burger die vanuit actieve rechten deelneemt aan beleid. Er moet werk worden gemaakt van systemen waardoor burgers kunnen bijdragen tot het beter functioneren van diensten. H. Democratisering en praktijk: ecologisch burgerschap vertaald naar
concrete thema's Onderwijs bestendigt nu sociale ongelijkheid. Een actieve democratie
voorziet instrumenten opdat elk kind zich maximaal kan ontwikkelen. Ze gaat verder dan formele rechten die louter een toegangsticket zijn. Scholen dienen de diversiteit in onze samenleving te weerspiegelen. Buurtscholen moeten actieve partners worden in het lokale gebeuren. En hoe democratisch is de school intern zelf georganiseerd? Experten kunnen geen pasklaar antwoord formuleren. Een gedegen wetenschappelijke conclusie groeit uit de dialoog tussen de verschillende wetenschappelijke disciplines en de ervaringen van de betrokken bevolking. Ook wetenschap maakt deel uit van het politiek proces door burgers te betrekken bij de formulering van problemen en van oplossingen. Technologie vormt een kader dat onze handelingsmogelijkheden stuurt (bvb. de auto), wat ook het onderwerp moet zijn van het maatschappelijke debat en van de besluitvorming. Ook wetenschapsbeleid is sturen op afstand: het voorzorgsprincipe - of het principe van foutvriendelijkheid voor technologieontwikkeling - staat centraal. Technologisch burgerschap omvat een set van rechten en plichten gericht op het ontwikkelen van een kritisch bewustzijn. Ze vult macro-strategieën aan zoals het definiëren van de maatschappelijk belangrijkste technologische systemen als publiek domein. Elke onderneming moet zo milieuvriendelijk mogelijk werken. Milieuwetgeving en marktconforme maatregelen hebben hun beperkingen. Besturen op afstand betekent meer aandacht voor algemene principes zoals de terugnameplicht of de levensduur van producten. Het positieve effect van elke onderneming gaat verloren als het totaal geproduceerde volume de milieuwinst tenietdoet. Daarom moeten we de maximale milieugebruiksruimte voor de economie in haar geheel vastleggen, en mogen ondernemingen enkel werken op terreinen waarin ze werkelijk goed zijn (cf. het bubbleconcept). Inzake financiële speculatie komen principes als de Tobin-taks of een intern ationale energieheffing stilaan in het beleidsdebat. Een democratie zou de maximale omvang van een bedrijf moeten kunnen vastleggen. Internationale arbitrage zou een mondiale aansprakelijkheid voor bedrijven invoeren die afdwingbaar is voor een neutrale instantie. We dringen aan op een interne democratisering, ontzuiling en meer aandacht voor duurzame ontwikkeling bij de vakbonden. Deze brengen door hun acties en structurele macht wezenlijke correcties aan de vrijemarkteconomie aan. Multinationals zijn minder kwetsbaar voor stakingen in lokale vestigingen: syndicale acties op mondiaal niveau zijn noodzakelijk (cf. een versterking van de Europese ondernemingsraden). Het antisyndicale discours ondermijnt de vakbonden ook op het nationale niveau. Outsourcing, flexibilisering, opsplitsing van bedrijven enz. desolidariseren de werknemers. Bedrijven worden best als economische (i.p.v. juridische) entiteiten beschouwd. De bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake het persoonsbeleid kunnen nog worden uitgebreid. Steden en regio's concurreren wereldwijd om investeringen aan te trekken. Ze willen een eigen identiteit ontwikkelen. Deze is gericht op de werkenden die cultureel gehecht zijn aan een competitieve arbeidsmoraal, individualisme en consumptie. Cultuur(beleid) draagt bij tot de ontwikkeling van burgerschap en van een nieuwe politieke cultuur. Daartoe dienen stadscentra als agora en forum waar verschillende culturen elkaar ontmoeten. Deze verschralen wanneer de stedelijke dynamiek wordt gebaseerd op shoppers en toeristen (cf. grote culturele projecten voor de 'nieuwe middenklasse'). Die dynamiek moet worden gedragen door bewoners en gebruikers. Een kosmopolitische model van burgerschap en mensenrechten stelt de individuele burger en zijn ontplooiingskansen centraal. Sociale cohesie en integratie zijn de verwezenlijking van sociale grondrechten en bevorderen actief burgerschap. Mensenrechten kunnen en mogen nooit voorwaardelijk worden gemaakt. In steden vergt dit een sociaal beleid waarin werk wordt gemaakt van nieuwe particpatieve structuren die elke bewoner ongeacht zijn afkomst of verblijfsduur centraal stellen. Diversiteit als kracht van een stad en als centrale beleidslijn vergt concrete maatregelen: bvb. diversiteitseffectrapportage. De verstedelijking in Vlaanderen gaat gepaard met een antistedelijke
houding. Vanaf de 19de eeuw werkte men de concentratie van arbeiders in politiek gevaarlijke arbeiderswijken tegen. Pendelarbeid en nieuwbouw in verkavelingen degradeerden de stad tot een werkplaats, wat leidde tot de armoede in de stad en de verlamming van het intellectueel leven. In het licht van de groei van extreem rechts moet een stedelijk, geëmancipeerd Vlaanderen vooraan op de politieke agenda staan. Dirk Holemans, Vlaams Parlementslid Agalev
Graag aangeboden aan de lokale actoren en aan de gemeenteraadsleden,
schepenen en burgemeester van Brugge op 27 mei , aan de vooravond van Rerum Novarum 2003. Naar aanleiding van het 1-jarig bestaan van het Groene Gordel Front in Brugge en Ommeland. |