“hoe meer beperkingen een ontwerper heeft, hoe creatiever hij is en hoe beter het resultaat”
bOb Van Reeth, Vlaams Bouwmeester in De Tijd, 17/1/04
|
Duurzame ontwikkeling behelst natuurlijk een visie op heel de samenleving, toch zijn er twee heel concrete raakpunten waarmee iedereen dagelijks geconfronteerd wordt: mobiliteit en ruimtelijke ordening. Dat mobiliteit en ruimtelijke ordening nauw verbonden zijn met elkaar is vanzelfsprekend: de afstand tussen de woon- en werkplaats legt een mens gemiddeld zo'n 13 200 (!) keer in zijn leven af. Hoe korter deze afstand (hoe dichter woon- en werkplaats zijn gelegen) hoe voordeliger voor de eigen portefeuille en het milieu. In het Hanzestadplan kozen we om van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling een breekijzer te maken. We “mixten” het met onze 2 pijlers leefbaarheid en tewerkstelling en goten het vervolgens in een schetsenbundel (gegroepeerd 1° de site rond het station, 2° Sint-Pieters en 3° het centrum) . Duurzame stedenbouw: een kwestie van creativiteit Onze ruimte is schaars: alle actoren (gezinnen, industrie, landbouw, …) willen immers een stukje van de eindige koek. De “gemakkelijkste” oplossing, de weg met de minste weerstand, is landbouw- en groengebieden aan te snijden. Duurzaam ruimtegebruik gaat hier tegenin en schuift innovatieve methodes naar voor om iedereen tevreden te stellen. Duurzaam ruimtegebruik is er dus niet op uit om ruimte maximaal te gebruiken wel om die een optimale duurzame invulling te geven. Enkele voorbeelden:
Al deze principes vertaalden we concreet naar nieuwe stadsprojecten in het Brugse. Zo kiezen we resoluut voor stadsinbreidingsprojecten die zich allemaal bevinden op knooppunten van het openbaar vervoer en fietsroutenetwerken. Meer weten? Lees ons groene gordel charter! Duurzame bedrijventerreinen: meer met minder Duurzaam ruimtegebruik is – zie hierboven – dus zeker geen dure bezigheid, integendeel: minder aankoopkosten, minder fileleed (en dus minder stress of verloren tijd), hogere productiviteit en minder ziekteverzuim, … zorgen dat duurzame bedrijventerreinen meer en meer opkomen. Jammer genoeg ziet men enkel in het buitenland deze voordelen (met de industriële symbiose in het Deense Kalundborg als bekendste site). Het Groene Gordel Front en Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen lanceerden daarom midden vorig jaar het Groene Gordel Charter. Een “doordenkertje” van de Vlaamse Bouwmeester We begonnen maar sluiten ook graag af met een stukje uit een interview in de Tijd met de Vlaamse Bouwmeester bOb Van Reeth van 17 januari 2004. “We moeten datgene ernstig nemen waarvan men zegt dat het ernstig is, met name het milieu. We moeten er ook voor zorgen dat de steden aantrekkelijk zijn, dat er beter kan in gewoond worden. Dat is voor een stuk al aan de gang. Maar we moeten de steden nog veel meer dichten, compacter maken, door de hoogte in te gaan. … Ik ben een voorstander van steden om in te wonen. Buiten is voor de koeien, daar moet je absoluut wegblijven . Wie er daar woont mag gerust blijven. Maar men moet ermee stoppen dat verder te ontwikkelen. … De meest duurzame woningen zijn trouwens degene die niet gebouwd worden.”. |