|
Uiteraard moeten we ook streven naar een leefbare stad, een stad waar het bruist van de initiatiefzin, waar Bruggelingen thuis zijn. In dit deeltje geven we een ietwat theoretische benadering van dit thema, we hebben ze gegroepeerd rond volgende onderwerpen Vlaanderen open en stedelijk, de link met stedenbouw Op 23 september 1997 keurde de Vlaamse regering het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) goed. Hiermee werd voor Vlaanderen de basis gelegd voor een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waar zowel de huidige als de toekomstige generaties ruimte vinden om te wonen, te werken en te ontspannen. Deze belangenafweging reflecteerde zich in de metafoor “Vlaanderen open en stedelijk”. De opstellers konden er immers niet omheen dat de baksteen in de maag van de Vlaming geleid heeft tot een aardig volgebouwd Vlaanderen. Daarom wou men met het RSV de open ruimte vrijwaren van verdere aantasting en de toekomstige bebouwing verder bundelen op de bestaande locaties. Dit plan luidde dan ook een serieuze trendbreuk in voor de Vlaamse ruimtelijke ordeningspolitiek die tot dan gekarakteriseerd werd door het typerende Vlaamse verschijnsel van “lintbebouwing”. Tot op heden bleef het veelal nog bij mooie woorden. Het Hanzestadproject gaat hier tegenin en past het motto “Vlaanderen open en stedelijk” toe op de Brugse context. De eeuw van de stad ! – het witboek stedelijk beleid kort geciteerd De historische steden hebben Vlaanderen groot en welvarend gemaakt. Na de glorieperiodes van Brugge, Gent of Antwerpen veranderde de perceptie van steden. Tot enkele jaren terug hadden steden een slechte naam “ze zijn vuil”, “ze zitten vol met vreemdelingen”, … De laatste tijd is er gelukkig een kentering gekomen: de stad wordt weer hip (bvb. het loftfenomeen), de steden bruisen van cultuur (bvb. Brugge 2002), … Toch staan we nog voor een immense uitdaging, het Witboek Stedelijk Beleid formuleerde dit kernachtig “de stad fascineert, de stad stoot af”. Het Witboek gaat verder in op deze stelling en bekijkt de stad vanuit 6 diverse invalshoeken (“de ondernemende stad”, “de gebouwde stad”, …). De opstellers zien dat er drie elementen centraal zullen staan in een “strategische visie voor een stad”:
Terug naar een sterke (Hanze)stad Het Hanzestadproject gaat op deze uitdagingen in en formuleert een nieuw “stadsbeeld” van Brugge:
kortom een fascinerende uitdaging om concreet vorm te geven aan die 2 “bijbels” van het stedelijk beleid in Vlaanderen, nl. het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en het Witboek Stedelijk Beleid, van wie we grotendeels achter de basisideeën staan. Naar een vernieuwd plattelandbeleid Uiteraard betekenen deze nieuwe ontwikkelingen/visies niet de genadestoot voor het platteland. Integendeel: naast het aangaan van een nieuw “contract” met de steden moeten we ook een “contract” aangaan met ons platteland. Meteen na de tweede Wereld Oorlog gingen de Europese landen immers reeds een “contract” aan met de landbouwers zodat er voldoende voedsel tegen een betaalbare prijs werd geproduceerd. Dit “contract” werd het laatste decennia sterk in vraag gesteld. Overproductie, vragen rond de kwaliteit van de producten, verstoring van de wereldmarkt, nitraatproblemen, … brachten de landbouwsector in een crisis. De diverse landbouworganisaties zoeken naar antwoorden en vinden die in boeken met titels als “verbreding van het plattelandsbeleid”. Het Groene Gordel Front en de andere Vlaamse
milieuorganisaties zijn hier zeker niet blind voor en pleiten voor een doordacht
plattelandsbeleid waar natuur en landbouw elkaar niet naar het leven staan maar
juist samenwerken aan een duurzaam platteland. In het Hanzestadplan vinden we
dan ook in de landbouwers van het Brugse Ommeland nieuwe partners voor een open
ruimtebeleid. Met het plan willen we – naast een oproep voor een overkoepelende
visie – ideeën aanreiken om de plattelandssector te versterken, in hun rol als
“landbouwer”, als “open ruimtebeheerder”, als “habitatbeschermer”, als … top - naar webpagina "pijlers" - naar webpagina "tewerkstelling" |