Wie een mug slaat, zal een zwerm oogsten       

november 2002


 

CONFLICT IS GOED

Conflict is niet noodzakelijk slecht. Er is zelfs een minimum aan conflict nodig om creatief en innovatief bezig te zijn. Tot die conclusie komen zelfs bedrijven zoals Fabricom die zich laten adviseren door management guru's als Edward Schein, Kenneth Thomas of Ralph Kilmann. Burgemeesters luisteren dan eerder naar gerenommeerde instituten zoals het Center for International Development and Conflict Management. Haar advies is gelijkaardig: "Het gebrek aan conflict is geen ideaal. Conflict kan een bron zijn van energie en creativiteit, wanneer constructief aangewend".

Het Groene Gordel Front te Brugge gelooft hierin en grijpt het conflict met het Lappersfortbos aan om de levenskwaliteit in Brugge beter te maken voor iedereen. Het brede front, bestaande uit 84 kleine en grote organisaties, doet voorstellen om ruimtelijke ordening en mobiliteit ten dienste te stellen van de burger.

SCHIETEN OP DE BOODSCHAPPER

Het antwoord van het stadsbestuur is de boodschapper met vredespijp en al te sublimeren via een zelden geziene uitspatting van politiegeweld. Het leek op de inval van Grenada door het machtige Amerika onder Reagan. Het resultaat van deze machtsontplooiing is een nooit geziene mobilisatie van 4000 verontwaardigde burgers. Een VRT journalist merkte op tijdens een debat: "Heeft de burgemeester misschien steekpenningen ontvangen van het Lappersfront? Dit is werkelijk de beste manier om het Groene Gordel Front een flinke duw in de rug te geven.". "Als je die arme-drommelstaten bombardeert tot een moeras" zegt Noam Chomsky in verband met 11 september " Dan krijg je muggen". In Brugge heb je nu zo'n 4000 muggen.

DE RECHTSSTAAT

Juist, er is geprovoceerd. Jongeren met hanenkammen en neusringen worden massaal opgevoerd in de media, een minister wordt via de achterdeur Brugge binnengeloodst en een privé eigendom wordt omgetoverd tot een circustent waar massa's volk naar toe gelokt worden.
Juist, er is een politieke meerderheid die de bestemmingsplannen van het Lappersfortbos ondersteunt.
Juist, we leven in een rechtsstaat; eigendomsrecht is een prioriteit; er was een vonnis.
Juist, vrouwen zijn dom en moeten niet naar de universiteit. Ah, zoals u merkt, stopt hier het argument van de rechtsstaat.
Het laatste was juist tot in 1920. Daarvoor mochten vrouwen zich niet inschrijven aan de universiteit van Leuven. Waant u zich eens in het jaar 1919. U bent vrouw. Uiteraard legt u zich niet neer bij een weigering tot inschrijving. Met 20 gelijkgestemden gaat u uit protest tegen de gevel van de oude bibliotheek gaan hangen. En dat duurt 20 dagen ... tot de rector de burgemeester vraagt om dit rifraf hardhandig te verwijderen. Vandaag is het hallucinant te beseffen dat vrouwen in 1919 zelfs geen stemrecht hadden. De rechtsstaat blijkt dus niet zo absoluut. De verklaring is dat de wetgeving achterloopt op een voortdurend veranderende maatschappij. Burgerlijke ongehoorzaamheid is een instrument waarbij altruïsten de catalysator proberen te zijn om deze veranderingen te versnellen.

GEMISTE KANSEN

Het spijtige resultaat is dat het Stadsbestuur de kans gemist heeft om samen met de burger een duurzame oplossing te vinden voor de mobiliteit in het zuiden van Brugge.
Fabricom heeft een kans gemist om gratis een voorbeelddaad te stellen in de richting van een sociale economie. Fabricom had zich kunnen ontdoen van een onrendabele investering in vastgoed en zou met open armen ontvangen worden tussen Umicore en Janssens Farmaceutica als lid van de sociale-economieclub Business & Society. Deze bedrijven hebben een veel grotere inspanning moeten doen om het Corporate Social Responsibility (CSR) label voor duurzame ontwikkeling te bekomen.
Het Middenveld in Brugge heeft een kans gemist om inspraak van de burger in het ruimtelijk beleid efficiënter en vlotter te helpen maken.

HET PROBLEEM

Er zijn drie problemen die duidelijk aan de oppervlakte komen drijven. Ten eerste is er een gebrek aan een efficiënte communicatie met de burger. Het is toch vreemd dat technisch gezien er een politieke meerderheid is die een optie onderschrijft; en anderzijds is er een breed middenveld dat volledig ingaat tegen de voorgestelde oplossing.
De communicatiestoornis zit hem onder andere in het feit dat mobiliteit en ruimtelijke planning sterk geëvolueerd is tijdens de laatste 20 jaar. Geïnformeerde burgers hebben ondertussen reeds iets begrepen van een duurzame mobiliteit. De overheid heeft via informatiecampagnes en onderwijs ook hard geïnvesteerd om de burger hiervoor wakker te maken. Die burger wéét ondertussen dus dat symptoombestrijding vervangen moet worden door een meer fundamentele aanpak. Dichtslibbende wegen moeten niet ontlast worden met nog meer wegen; integendeel, de auto moet teruggedrongen worden ten voordele van fietser en openbaar vervoer.
De wakkere burger heeft de evolutie gezien van een passieve en starre ruimtelijke planning naar een actieve en dynamische aanpak. Actief in de zin van "weten wat er op het terrein gebeurt" en dynamisch in de zin van "planning gebeurt in een steeds veranderende omgeving".
Ten tweede is er de polarisering van het conflict tussen maatschappelijke actoren tot een confrontatie tussen the good, the bad and the ugly. Voor velen in het middenveld zijn bedrijven de boosdoener en de overheid de lelijke eend. Bedrijven vinden sommige Niet Gouvernementele Organisaties (NGO's) dan weer de slechteriken enzovoort. De drie grote actoren worden in het huidige denken tegen mekaar opgezet; dat leidt tot irrationele uitspattingen.
Ten derde stellen we vast dat er een ruime consensus is rond de te volgen uitgangspunten; er is een duidelijk gebrek aan kracht om deze op het terrein waar te maken (of: om deze om te zetten in concrete strategieën). Het ACW van de burgemeester zegt in haar standpunt over mobiliteit : "Ten behoeve van de bereikbaarheid, de toegankelijkheid en de leefbaarheid dient het gebruik van de auto als vervoermiddel te worden teruggedrongen". De huidige voorstellen van het stadsbestuur voor de zuidelijke ontsluiting zullen echter het zogenaamde "onderdrukte verkeer" aanzuigen en het tegendeel bereiken.

Als je een paar grotere bedrijven samenbrengt en je confronteert hen met de vraag hoe het op langere termijn verder moet, dan is er een consensus. Bedrijven komen zelf tot de conclusie dat ZIJZELF de ongebreidelde groei moeten helpen intomen en ombuigen naar een duurzaam model. De World Business Council for Sustainable Development (www.wbcsd.com) duwt in de richting van duurzame ontwikkeling inclusief een sociale economie. Partnerschappen moeten mogelijk zijn tussen bedrijven, NGO's en de overheid. Het Prince of Wales Business Leaders Forum ( www.pwblf.org) voegt hier de daad bij het woord en brengt Shell, Greenpeace en the City of London bij mekaar. Als je de overheid samenbrengt, zoals dat door de Verenigde Naties gebeurde in 1992 in Rio, dan is er een consensus: we moeten evolueren in de richting van een duurzame wereld. Dit alles betekent voor Brugge dat we nog altijd jobs moeten creëren; maar niet ten koste van sociale verworvenheden of ten koste van het milieu; laat staan dat de laatste snippers open ruimte opgeofferd worden zoals onder andere het Lappersfortbos en het Chartreusegebied. Wat ontbreekt is een scenario om daar te geraken.

DE OPLOSSING

De oplossing voor het maatschappelijk conflict met het Lappersfront is dus zeker niet het gebruik van geweld. Geweld als recept voor conflictbestrijding is barbaars en zoals vele Bruggelingen het zeggen, een culturele hoofdstad onwaardig. Cultuur heeft waarschijnlijk meer te maken met hoe we samen conflicten oplossen dan wel met het samen gaan kijken naar podiumkunsten.
Het kwaliteitsrecept voor het Lappersfortconflict is duidelijk iets anders. De drie actoren met name, bedrijven, het stadsbestuur en het middenveld , dienen rond de tafel te gaan zitten en samen tot oplossingen te komen die op langere termijn houdbaar zijn. Wat ontbreekt is vooral leiderschap om een besluitvormingsproces te installeren dat leidt tot duurzame oplossingen. Lokale Agenda 21 stelt zo een besluitvormingsproces voor. Eén van de resultaten van de grote VN duurzaamheidstop in RIO 1992, was het actieprogramma Agenda 21. Hoofdstuk 28 van deze Agenda had het over hoe globale oplossingen voor klimaatsproblemen en behoud van de soortenrijkdom op LOKAAL vlak te vertalen. De instrumenten die daarbij kunnen gebruikt worden zijn de adviesraden: sociale raad, emancipatieraad, mobiliteitsraad, derdewereldraad, Gecoro- en Mina-raad).

Meer fundamenteel is het belangrijk om in de toekomst de waarde van open ruimte en natuur hard te maken. Amory Lovins is dé autoriteit die ervoor pleit een economische waarde te geven aan natuurgebieden. Het is in ieder geval niet logisch dat er planschade betaald moet worden aan Fabricom als er een bestemmingswijziging komt van industrie naar natuur. Opvallend is ook dat er dan weer geen compensatie is als Structo het waardevol natuurgebied van de Meetkerkse Moeren inpalmt. In essentie is de Lappersfortactie een compensatie voor het gebrek aan een economische waardering van natuur en open ruimte.

EEN EERSTE STAP

Om te komen tot een ruim overleg tussen alle maatschappelijke partners, kunnen een paar voorbereidende stappen gezet worden.

Het stadsbestuur kan te rade gaan bij "Het handvest van Europese steden en gemeenten op weg naar duurzaamheid (Handvest van Aalborg 1994)". Het handvest reikt instrumenten en scenario's aan gemeenten aan om tot onder andere een goede ruimtelijke en mobiliteitsplanning te komen.
Bedrijven zoals Fabricom kunnen zich laten begeleiden door consultants gespecialiseerd in sociale economie, corporate governance of Corporate Social Responsibility. Zij kunnen ook te rade gaan bij het businessplatform Business & Society, het Vlaams Overlegplatform Sociale Economie (VOSEC), Kauri en Ethibel.
Met het middenveld zijn wijzelf reeds in gesprek met het Vlaams Overlegplatform Duurzame Ontwikkeling (VODO) om een Lokaal Agenda 21 scenario uit te testen in Brugge.

WAT HEEFT HET LAPPERSFORTBOS DAAR NU MEE TE MAKEN?

Het Lappersfortbos is vooral een symbolisch dossier. Het Groene Gordel Front te Brugge wenst uiteindelijk een besluitvormingsproces te helpen uitbouwen dat garanties moet bieden voor duurzame oplossingen op langere termijn. Dat is de inzet van deze verbeten strijd. Deze strategie heeft tot gevolg dat op korte termijn wij niet willen dat de laatste snippers open ruimte opgeofferd worden. Het Lappersfortbos en het Chartreusegebied moeten daarom veilig gesteld worden. Het laatste is dus niet een doel op zich maar heeft wel een symbolische keerpuntfunctie.