Groene Gordel Charter - 1 juli 2003
|
Situering: een open ruimte groene gordel-charter voor de Brugse GECORO Naar aanleiding van de langverwachte bijeenkomst van de Brugse GECORO (gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening) op 1 juli 2003 boden het Groene Gordel Front in Brugge en Ommeland & Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen graag hun "Groene Gordel Charter" aan aan de Gecoro-leden en de lokale actoren. Eerder hadden we al het 'Chartreuse-memorandum' en het 'Lappersfort-manifest' ( zie oa. voorstel communicatieraad www.ggf.be ). Met dit "open ruimte Groene Gordel Charter" doen we een ultieme oproep aan de betrokkenen om de open ruimte Groene Gordel van Brugge en Ommeland integraal te bewaren. Zoals steeds willen wij niet aan de kant staan maar bieden wij constructieve ideeën en duurzame voorstellen voor werkgelegenheid en eigentijdse ruimtelijke planning aan. Opdat we er samen beter van worden ... We leven met steeds meer mensen op eenzelfde hoeveelheid ruimte. Het bevolkingsaantal stijgt en Vlaanderen wordt er niet groter op. Met een bevolkingsdichtheid van 440 inwoners per km² heeft Vlaanderen één van de hoogste van Europa. Om te kunnen voldoen aan de ruimtebehoefte van iedereen moeten we veel efficiënter omgaan met de nog beschikbare ruimte. Bedrijven zijn een beetje argwanend wat betreft intensief ruimtegebruik. Nochtans biedt het duurzaam omgaan met de ruimte economische voordelen. Minder kosten voor de aankoop van grond en door locaties met een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer uit te kiezen zijn er geen bijkomende filekosten met verlies aan uren voor de tijd dat de werknemer in de file doorbrengt. Inspanningen om de open ruimte te behouden geeft het bedrijf een positief imago en de stad is een aangename werkomgeving, vlakbij winkels, diensten, scholen,.... Efficiënt ruimtegebruik is een belangrijk onderdeel van duurzame bedrijventerreinen. In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) wordt de visie op de ruimtelijke ontwikkeling in Vlaanderen kernachtig vervat in de metafoor "Vlaanderen, open en stedelijk". Wat open ruimte is, moet ook open blijven en de stedelijke gebieden moeten meer worden geconcentreerd. Het Groene Gordel Front en de Bond Beter Leefmilieu vinden dat die visie ook in Brugge in de ruimtelijke planning aanwezig moet zijn. Het aansnijden van het Chartreusegebied gaat lijnrecht tegen deze visie in. Een headquarterszone hoort niet thuis in het open, ecologisch, landschappelijk en archeologisch waardevol Chartreusegebied, maar dient verweven te worden in de bestaande stedelijke structuur. Algemene principes intensief ruimtegebruik In de politieke discussie over ruimte voor bedrijven gaat het steeds over het aantal benodigde hectaren en niet over het aantal werkplaatsen of over toegevoegde waarde. Door efficiënter om te gaan met de beschikbare ruimte creëert men heel wat meer arbeidsplaatsen op dezelfde ruimte. De huidige benuttinggraad van de Vlaamse bedrijventerreinen is veel te laag. Er wordt over het algemeen gebouwd in slechts één bouwlaag, elk bedrijf heeft een eigen ruime parking en grasperk rondom het bedrijf waardoor ze veel ruimte verspillen en slechts de helft van de bedrijfskavel effectief in gebruik is voor de eigenlijke bedrijfsactiviteiten. Door een goede inrichting verhoogt de benuttinggraad waardoor binnen dezelfde ruimte meer mogelijkheden aanwezig zijn voor economische ontwikkeling. Een hogere benuttingsgraad moet plaatsvinden op nieuw aan te leggen terreinen én op reeds bestaande terreinen.Tevens is er als gevolg van het intensiever gebruiken van de beschikbare ruimte minder behoefte aan nieuwe bedrijvenzones en blijft de open ruimte gespaard. Er bestaan tal van ruimtebesparende maatregelen die zorgen voor een hogere benuttingsgraad:
Maximale intensivering wordt bekomen door opgenoemde maatregelen te combineren. De gemeenschappelijke parkings en andere voorzieningen kunnen op het dak, ondergronds of in verdiepingen gebeuren. De mogelijkheden zijn steeds afhankelijk van de locatie en het soort bedrijf dat wordt beoogd. Bouwen in de stad is niet hetzelfde als in bedrijventerreinen of in landschappelijke gebieden. Wat voor een kantoor kan, kan niet altijd voor productiebedrijven en visa versa. Door het beter concentreren van bedrijfsgebouwen en het gezamenlijk uitbouwen van voorzieningen wordt een ruimtelijke vorm geschapen om de milieubelasting te verminderen. Uitwisseling van energie- en materiaalstromen, als in een industrieel ecosysteem, het samenwerken op gebied van personen- en goederenvervoer gebeurt efficiënter wanneer de bedrijven in elkaars nabijheid liggen. Een mooi voorbeeld van zo'n nieuw duurzaam bedrijventerrein vinden we bij Bedrijvenstad Fortuna. Nieuwe bedrijventerreinen dienen zo intensief mogelijk te worden ingericht. Maar ook de ruimte op bestaande bedrijventerreinen moet beter worden benut. Bij herstructurering van bestaande bedrijventerreinen kan heel wat ruimte vrijkomen voor nieuwe bedrijven. Een bijkomend voordeel is dat de verouderde industrieterreinen opgewaardeerd worden en terug een aantrekkelijke werkplaats zijn. Vele bedrijven beschikken over onbebouwde terreingedeelten die als reserve dienen voor eventuele uitbreidingen die er meestal niet komen. Door het beschikbaar stellen van die terreingedeelten kunnen meer bedrijfsactiviteiten op een bedrijventerreinen worden gehuisvest. Op de terreinen van Hoogovens Staal te Ijmuiden is er zo'n 58 ha ongebruikte strategische reserve ontwikkeld tot het bedrijvenpark Business Park Ymond. Voor de nieuwe bedrijven is het interessant om zich daar te vestigen, wegens de reeds aanwezige haveninfrastructuur, de aansluiting op het wegennet, diverse energiebronnen en bestaande industriële netwerken. De resultaten zijn: een verbetering van de uitstraling van het gebied, het bevorderen van de werkgelegenheid (3000 extra arbeidsplaatsen) en het realiseren van rendement op de exploitatie van de grond. Bovendien is er door dit project een betere benutting van de reeds aanwezige voorzieningen (o.a. catering, research en development). In dit opzicht is het voor nieuw aan te leggen bedrijventerreinen interessanter om gemeenschappelijke reserveruimtes uit te bouwen in plaats van individuele uitbreidingsreserves. Niet meer gebruikte infrastructuur of te ruim opgezette infrastructuur (spoor, weg, water, middenbermen) dienen te worden opgeruimd en/of herontwikkeld tot nieuwe bedrijfslocaties. Verlaten of te groot geworden gebouwen kunnen opnieuw als bedrijfsruimte ter beschikking worden gesteld. Door herstructurering/revitalisering ontstaat meer uitgeefbaar terrein en wordt de kwaliteit van het terrein opgewaardeerd. Dit betekent dat er minder uitbreiding nodig is. Tegelijkertijd wordt de werkgelegenheid ter plaatse gehouden en bijkomend gecreëerd. Dat nog heel wat ruimte te vinden is op bestaande bedrijventerreinen wordt bevestigd door een studie van de gemeente Amsterdam. De gemeente Amsterdam heeft berekend dat bij de herstructurering van 17 bedrijventerreinen, met een totale oppervlakte van 450 ha, er 70 ha nieuw uitgeefbaar bedrijventerrein ontstaat. Dat lukt door extensieve grondgebruikers in te krimpen, door te verdichten of te verhogen, door ontsluitingswegen te verplaatsen en het verplaatsen van bedrijven die niet noodzakelijk op een bedrijventerrein thuishoren. Met die maatregelen kan het openbaar domein worden heringericht en restruimte benut voor nieuwe bedrijven. In stedelijke gebieden wordt aan leegstaande solitaire (fabrieks)locaties vaak de economische functie onttrokken ten behoeve van de functie wonen (en kantoren). Dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Niet-hinderlijke bedrijfsactiviteiten kunnen zonder probleem ingepast worden in deze stedelijke omgeving en vermijden dat buitenstedelijk gebied moet worden aangesneden. Een voorbeeld hiervan is de ARBED-site in Gent. Delen van de (twee) oude ARBED-bedrijventerreinen worden ontwikkeld als woon- of parkgebied, het grootste gedeelte blijft evenwel behouden als bedrijventerrein. De stad Gent ontwikkelt de bedrijventerreinen. De stad Gent kiest de (ambachtelijke) bedrijven op basis van een aantal criteria, zoals tewerkstelling, huidige zonevreemdheid, eventuele "social return", duurzaamheid, lokaal Gents karakter. In de betreffende BPA's staan een aantal voorwaarden vast voor intensief ruimtegebruik:
Meervoudig ruimtegebruik door overbouw van sporen of weg biedt interessante mogelijkheden. Door overbouw wordt heel wat ruimte gecreëerd voor kantoor- en/of woningbouw. In het drukbevolkte Londen zijn in de jaren '80 een aantal stations herontwikkeld met vastgoed erboven en eromheen. Bijvoorbeeld het Charing Cross station (foto zie website www.ggf.be ). Op een zeer kleine oppervlakte is 42 000 m² kantoor boven de perrons geplaatst in negen verdiepingen. Een deel van de bebouwing is naast de sporen gezet om aan te sluiten op de bestaande stad. Het inplanten van een headquarterszone in het waardevolle Chartreusegebied is allesbehalve een goed voorbeeld van duurzame ruimtelijke planning. Het is onverantwoord om in dit maagdelijk gebied te bouwen zonder eerst na te gaan of er geen alternatieven bestaan. Vooraleer uitbreiding buiten de stad aan de orde is, dienen de mogelijkheden te worden onderzocht voor het inrichten van nieuwe bedrijven op onderbenutte bestaande bedrijventerreinen en leegstaande locaties in het stedelijk weefsel. Er moet zoveel mogelijk worden ingebreid, met efficiënt ruimtegebruik, in plaats van nieuwe bedrijvenzones te ontwikkelen. Daarvoor dient eerst een inventaris te worden opgemaakt van de leegstaande en onderbenutte terreinen in de Brugse regio. Door het verdichten, revitaliseren en herstructureren van die terreinen en mogelijkheden in het stedelijk weefsel kunnen nieuwe bedrijven zich daar vestigen en wordt de open ruimte gespaard. Ook een goed locatiebeleid is van belang. Niet elk bedrijf hoeft noodzakelijk gevestigd te zijn op een bedrijventerrein. Bedrijven met een niet-hinderlijk karakter kunnen worden ingepast in het stedelijk weefsel. Kantoorachtige bedrijvigheid is een typische activiteit die in een stedelijke omgeving thuishoort. Door het verplaatsen van kantoren en niet-hinderlijke bedrijven naar stedelijke gebieden komt heel wat plaats vrij op de bestaande bedrijventerreinen voor andere bedrijfsfuncties. Dit was één van de maatregelen van de gemeente Amsterdam om tot nieuw uitgeefbaar terrein te realiseren op bestaande bedrijventerreinen. Het inplanten van een headquarterszone in een open-ruimtegebied als het Chartreusegebied is dan ook geen toepassing van een goed locatiebeleid. En dit terwijl in Brugge nog heel wat locaties in de stad worden onderbenut. De stationsomgeving is zo'n onderbenutte ruimte en een voor de hand liggend alternatief voor de inplanting van de headquarterszone. Niet alleen wegens de ruimte die voorhanden is, centrumkant station 10 ha, maar de locatie is bovendien in Brugge het belangrijkste knooppunt van openbaar vervoer. Dat biedt het bijkomend voordeel dat de werknemers en de bezoekers met het openbaar vervoer kunnen komen en het bijkomend autoverkeer kan worden beperkt. De voorgestelde locatie, het Chartreusegebied, zou het tegenovergestelde teweegbrengen aangezien het moeilijk bereikbaar is met het openbaar vervoer. Het nadeel voor de werkgever is dat hij degene is die de kosten moet betalen voor de tijd dat de werknemers in de file staan. Volgens het Europees Witboek "Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen" bedragen de filekosten van personenwagens zo'n 0,0069 euro per reizigerskilometer. Eén ritje van 1 persoon over 3 km kost bijgevolg 0,02 Euro. Vermenigvuldigd met het aantal werknemers betekent dit een zware kost. Een keuze voor de stationsomgeving ligt in het verlengde van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, dat expliciet stelt dat nieuwe kantoorcomplexen bij voorrang moeten worden opgetrokken aan knooppunten van openbaar vervoer. Het Nederlandse ABC-locatiebeleid stemt hiermee overeen. A-locaties zijn daarbij de locaties die perfect bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en gelegen zijn aan knooppunten van openbaar vervoer. C-locaties zijn plaatsen die enkel bereikbaar zijn met de wagen, B-locaties zitten daar tussen in. In Nederland worden A-locaties gebruikt voor de inplanting van kantoren met een loketfunctie, kantoren dus die veel mensen aantrekken. In Nederland gelden voor A-locaties strikte beperkingen voor parkeren en parkeerplaatsen, juist met de bedoeling om het openbaar vervoer te promoten en het autoverkeer te ontraden. Indien dit ABC-locatiebeleid wordt toegepast op Brugge, is de stationsomgeving duidelijk een A-locatie en uitermate geschikt voor kantoren. De stationsomgeving balanceert tussen de stadskern en de stadsrand, wat een erg aantrekkelijke werklocatie is. De binnenstad met zijn horeca, winkels, diensten,... Werknemers hebben de gelegenheid om zonder grote verplaatsingen (te voet, met de fiets of de bus) tijdens de middag of na het werk boodschappen te doen, kinderen ophalen... De stadsrand met groengebieden is een fijne ontspanningsplaats om even te ontsnappen van de drukke werksfeer. Het inplanten van de headquarterszone in het Chartreusegebied zal een ongewenste impuls geven voor het ontwikkelen van andere activiteiten aan de periferie. Dit moet absoluut worden vermeden, zolang er nog ruimte in de bestaande stedelijke structuur aanwezig is, moet de open ruimte Groene Gordel gevrijwaard blijven. Vlaanderen, open en stedelijk... Voor de stationsomgeving is een vijftal jaren geleden een plan uitgewerkt door Neutelings Riedijk Architecten. In het concept wordt verwezen naar de reusachtige potentie van de stad Brugge: 'Nieuwe grootschalige stedelijke functies, die in andere steden naar de periferie verdwijnen, kunnen in Brugge direct tegen het centrum aan een plaats vinden. Daarmee wordt de dreigende uitholling van het centrum een halt toegeroepen en ontstaat een nieuwe synergie, die de stad als geheel versterkt.' Voor het deel van de centrumkant van het stationsgebied is een Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) opgesteld. Volgens dit BPA zal de parkeergarage worden omgebouwd tot gebouwen voor kantoren, woningen en een cinemacomplex. Hierdoor zou er dan zogezegd geen plaats meer zijn voor een headquarterszone. Het Groene Gordel Front en Bond Beter Leefmilieu zijn van mening dat met enige creativiteit en het toepassen van de principes van intensief ruimtegebruik een headquarterszone wel mogelijk is. Momenteel worden in Brugge de eerste stappen gezet voor de bouw van het bioscoopcomplex aan het station. Door integratie van het bioscoopcomplex in de headquarterszone ontstaan heel wat mogelijkheden voor medegebruik van de ruimte en het uitbouwen van collectieve voorzieningen. Doordat de activiteiten van kantoren en cinemabezoek op een verschillend tijdstip gebeuren is gemeenschappelijk gebruik van parkeerplaatsen mogelijk. Filmzalen kunnen overdag worden gebruikt als zalen voor conferenties en vergaderingen. Ook als het bioscoopcomplex er niet komt is medegebruik van de ruimte mogelijk bijvoorbeeld door vergaderzalen, sport- en ontspanningsruimten 's avonds open te stellen voor verenigingen. Door medegebruik wordt vermeden dat dit stadsdeel buiten de kantooruren een doodse plaats wordt zoals dit in de kantoorwijk Brussel Noord het geval is. Medegebruik zorgt voor een levendige stad, ook 's avonds en in de weekends. Niet alleen de ruimte van de stationsomgeving zelf is onderbenut ook de ruimte die de sporen innemen kan efficiënter worden gebruikt. Door overbouw van de sporen ontstaan nieuwe bebouwbare oppervlakten die ingevuld kunnen worden met kantoor- en/of woonfuncties. Bij het bouwen van de headquarterszone dient zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met een duurzame inrichting waarbij de milieubelasting minimaal is. Door de juiste bouwmaterialen en efficiënte zonwering kan al heel wat energie voor verwarming en koeling worden bespaard. Opgevangen regenwater dient een nuttige toepassing te krijgen bijvoorbeeld als sanitair water. Ondertussen heeft men (wie dat geheime AFBAKENINGS-genootschap ook moge zijn...) beslist dat het Chartreusegebied binnen het 'virtuele regionaal stedelijk gebied Brugge' ligt. Het Groene Gordel Front in Brugge en Ommeland en de Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen betreuren deze beslissing en hadden liever gehad dat het Chartreusegebied buitengebied zou blijven. Maar waar de Groene Gordel van Brugge en Ommeland ook ligt : in binnen- of buitengebied; "voor de bevolking van Brugge en Ommeland & voor de toekomstige generaties dient hij bewaard te blijven". Het Groene Gordel Front en de Bond Beter Leefmilieu pleiten dus voor integraal behoud en maximale bescherming. Zonder een hoogwaardige streep headquarters-industrie er door te trekken ! De mooiste poort-functie voor Brugge blijft haar Groene Gordel. De grote uitdaging is dat de ruimtelijke planning in de eenentwintigste eeuw durft loskomen van de gesloten achterkamertjes van de politiek en samen met de betrokkenen het dialogale proces van duurzaamheid durft opstarten. Wij reiken opnieuw de open groene gordel hand...
|