Chartreusememorandum - 29/04/03

naar aanleiding van de voorgestelde compensatie voor het Lappersfortbos


Inleiding

Naar aanleiding van de recente berichtgeving in de pers betreffende de dossiers Lappersfortbos en Chartreusegebied, en in het kader van het lopende afbakeningsproces van het regionaalstedelijk gebied Brugge, wenst het Groene Gordel Front hier een aantal relevante elementen op te noemen en haar eigen visie omtrent het aanbod aan bedrijventerreinen in het Brugse te verduidelijken.

Het is duidelijk dat er in de Brugse regio een zekere druk bestaat om meer oppervlakte te voorzien voor allerlei industriële en aanverwante activiteiten. Het is de overtuiging van het Groene Gordel Front dat deze expansiedruk geen duurzaam karakter bezit, en grotendeels ingegeven wordt door economische wetmatigheden die niet noodzakelijk parallel lopen met het algemeen belang.

In tegenstelling tot de bestaande vorm van planning door de overheid, moet de aandacht momenteel gaan naar het tot stand brengen van industriële inbreiding met een efficiënt ruimtegebruik.

top

Efficiënter ruimtegebruik

Het Groene Gordel Front stelt enerzijds dat de creatie van werkgelegenheid al te gemakkelijk gekoppeld wordt aan het aanbod aan bedrijventerreinen. Steeds wordt in termen van hectaren gesproken, en niet in termen van werkgelegenheid of toegevoegde waarde. Dat het ook anders kan bewijst onder meer "Bedrijvenstad Fortuna" te Sittard, waar het creëren van werkgelegenheid bewust op een beperkte oppervlakte plaats vindt.

Volgende algemene principes zouden strikt moeten worden toegepast, en steeds als toetsingskader gebruikt worden bij elke mogelijke wijziging die zich aandient:

  • zuiniger ruimtegebruik (bouwen in meerdere lagen indien mogelijk, gezamenlijke gemeenschappelijke voorzieningen, verhoogde dichtheid,...)

  • het beperken van reserve in eigendom van bedrijven (afgestemd op de bestaande omvang en de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf)

  • verlaten of te groot geworden bedrijfsgebouwen gelegen op de bedrijventerreinen opnieuw als bedrijfsruimte ter beschikking stellen

voor meer info verwijzen we naar het Groene Gordel Charter

top

Objectieve inventaris

Behalve het opmaken van een inventaris van leegstaande bedrijfs- en handelsgebouwen en een heffing op leegstand (hetgeen nu reeds gebeurt) zouden ook volgende - jaarlijks te updaten - inventarissen in een geografisch informatiesysteem opgemaakt moeten worden:

  • Een inventaris van onbebouwde en ongebruikte industriële percelen, waarbij ook rekening gehouden wordt met restruimte en strategische reserves van bedrijven (als basis voor een in te voeren heffing op braakliggende industriegrond). Deze inventaris moet door een objectief en onafhankelijk orgaan opgemaakt worden, en moet voor iedereen toegankelijk zijn. Dan pas kan er een ernstige dialoog tussen de verschillende sectoren ontstaan, bijvoorbeeld binnen het afbakeningsproces van het regionaalstedelijk gebied.

  • Een inventaris van de ruimteproductiviteit, uitgedrukt in aantal rechtstreekse jobs per hectare en in gerealiseerde toegevoegde waarde per hectare (als basis voor een ruimtelijke duurzaamheidsbarometer).

top

Duurzame economische ruimtelijke ontwikkelingen in de Brugse regio

Nieuwe bedrijventerreinen kunnen voor het Groene Gordel Front niet zolang niet alle mogelijkheden voor inbreiding en concentratie uitgeput zijn. Het Groene Gordel Front wil daarbij volgende aandachtspunten naar voren brengen:

  • Kantoorachtige bedrijvigheid (cfr. de plannen voor de specifieke dienstenzone langs de Chartreuseweg) kan voor ons absoluut niet in nieuw aan te snijden open-ruimtegebieden. Kantoorachtige bedrijvigheid is een typische activiteit die in een stedelijke omgeving thuis hoort, aangezien de milieuhinder zich beperkt tot de mobiliteitsproblematiek. De directe omgeving van het station (een A-locatie), en eventueel de uit te bouwen treinstopplaats te St.-Pieters zijn dan ook de aangewezen locaties voor een dergelijke activiteit.

  • Er bestaan in de Brugse regio opportuniteiten om een strategisch tewerkstellingsproject te realiseren. Concreet zou op de Philips-terreinen een duurzame bedrijvencluster voor bijvoorbeeld startende KMO's in de productiesfeer ontwikkeld kunnen worden. Een gelijkaardig project, eerder op dienstverlening gericht, zou gerealiseerd kunnen worden in de oude binnenhaven (de Brugse "docklands").

  • Er bestaat - zoals hierboven reeds aangegeven - momenteel geen objectieve inventaris van leegstaande of extensief gebruikte bedrijventerreinen in de Brugse regio. De cijfers die de GOM West-Vlaanderen en het Streekplatform Brugge publiceerden stemmen niet overeen met hetgeen op het terrein zichtbaar is. De (gedeeltelijke) leegstand van volgende terreinen en gebouwen illustreert al één en ander: de oude veemarkt in de St.-Pieterszuidstraat, de oude betonfabriek aan de Noorweegse Kaai, de terreinen naast de UCO langs de J. Van Arteveldestraat, de fabriek van vleeswaren Maertens in de Kolvestraat en nog enkele KMO's in de Blauwe Toren, Lamoral - Omega Pharma (Waggelwater), Mercedes-garage Van Biervliet (Waggelwater), een deel van de vroegere Outboard Marines / Drukkerij Walleyn (Pathoekeweg), de gebouwen van Philips (Pathoekeweg), diverse terreinen langs de Pathoekeweg die amper benut worden, de "vrachtwagenparking annex jeugdcentrum" aan de Entrepot, de gebouwen van Créations Martine (industriezone Herdersbrug), de gebouwen van Punch Plastics (Pathoekeweg), de Belgacom-gebouwen aan de achterzijde van het station, de nationale bank aan de Ezelpoort, een aantal als kantoren bruikbare gebouwen in de binnenstad (d'Hanins de Moerkerke aan de Coupure, de oude kantoren van Van Ernst & Young - Van Acker Govaerts aan Sint-Walburga) ...

  • De vraag naar nieuwe oppervlakte bedrijventerreinen is niet wetenschappelijk onderbouwd. Cijfers die door diverse actoren worden gepubliceerd, zijn steeds politiek gekleurd. Dit geldt eveneens voor de taakstelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, die momenteel steeds als basis wordt genomen. Nochtans bestaan er methodieken die op een objectievere manier prognoses kunnen opbouwen, en waarbij werkgelegenheid het uitgangspunt vormt.

  • Het is ontoelaatbaar dat open ruimte aangesneden zou worden voor nieuwe regionale bedrijventerreinen, zolang er een ruime oppervlakte maagdelijk industriegebied bestaat binnen de afbakening van het zeehavengebied. In deze context kunnen we vermelden dat in het zeehavengebied momenteel een oppervlakte van 160 ha door autoterminals ingenomen wordt. Het bouwen van parkeergarages in tenminste vier bouwlagen zou hier op korte termijn een honderdtal hectare kunnen vrijmaken voor andere activiteiten, zoals een nieuw regionaal bedrijventerrein. Dat dit mogelijk is bewijst de Britse situatie, waar autoterminals verplicht in de hoogte gaan.

  • Grootschalige kleinhandelszaken moeten geconcentreerd worden in kleinhandelszones. Deze kunnen geïntegreerd worden in het randstedelijk weefsel, en horen niet thuis op industrieterreinen (cfr. de handelszaken in de ambachtelijke zone Blauwe Toren die overmatig autoverkeer genereren, onbereikbaar zijn met andere vervoersmodi en ruimte inpalmen die beter geschikt is voor de vestiging van hinderlijke bedrijven). De handelsactiviteiten daar zouden beter afgebouwd en geconcentreerd worden, bijvoorbeeld aan de Veemarkt-Fort Lapin. Ook voor handelsactiviteiten geldt dat er zuinig met de beschikbare ruimte moet omgesprongen worden: het bouwen in lagen en het gebruik van gemeenschappelijke parkings moet verplicht gemaakt worden.

  • Er moet in het afbakeningsproces van het regionaalstedelijk gebied Brugge zeer duidelijk gesteld worden dat de afbakeningslijn limitatief is voor de groei naar buiten toe: ruimte is een schaars goed, zodat de taakstellingen voor bijkomende bedrijventerreinen niet elke tien jaar opnieuw kunnen verruimd worden.

top

Compensatie voor het Lappersfortbos

Het Groene Gordel Front juicht de princiepsovereenkomst tussen Fabricom en minister Dua om het Lappersfortbos te verkopen toe. We willen echter volgende zaken onder de aandacht brengen:

  • De ontwikkeling van het Lappersfortbos als stadsbos kan in geen geval gekoppeld worden aan het aansnijden van een stuk open ruimte, met name het Chartreusegebied. Beide gebieden hebben hun intrinsieke waarde en moeten hun specifieke rol spelen in een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Wij willen geen van deze gebieden ingezet zien in een politieke koehandel.

  • Het aansnijden van open ruimte voor een nieuw regionaal bedrijventerrein van eender welke aard kan voor het Groene Gordel Front niet. Een eventueel compensatiegebied voor een groene bestemmingswijziging van het als industriegebied ingekleurde deel van het Lappersfortbos (dat - in tegenstelling tot wat sommige bronnen beweren - slechts 4 hectare omvat) kan enkel in aansluiting met een bestaand bedrijventerrein, enkel voor milieubelastende en vrachtverkeer genererende KMO's (dus geen kantoorachtigen of dienstverlening met loketfunctie), en zonder gevaar voor versnippering van de open ruimte, voor de aantasting van ecologische en recreatieve waarden of voor het ontstaan van nieuwe mobiliteits- en milieuproblemen. Eventueel kan de compensatie ingeschreven worden bij de industriële reservegronden, zoals voorzien binnen de uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. We mogen daarbij niet vergeten dat industriële inbreiding momenteel de belangrijkste opgave is.

  • Voor het als KMO-zone ingekleurde deel van het Lappersfortbos (het moerasgebied) is compensatie zeker niet evident, omdat dit stuk toch al altijd onbruikbaar was als bedrijventerrein, en de stad hier sowieso de bestemming als KMO-zone wilde schrappen (volgens het voorontwerp van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan).

  • Het Groene Gordel Front betreurt het dat de Vlaamse overheid zich moet bekommeren om een stadsbos waarvan het nut de stad toekomt, en dat omgekeerd de stad alle middelen in het werk stelt om een nieuw regionaal bedrijventerrein (een duidelijke bevoegdheid van de Vlaamse overheid) in het Chartreusegebied in te planten.

 

Om mee te helpen zoeken en denken en om het principe van "duurzaamheid" kracht bij te zetten zal het Groene Gordel Front zijn "Chartreuse-memorandum" voor duurzaam ruimtegebruik en duurzame werkgelegenheid aanbieden aan de vooravond van 1 mei aan de gemeenteraadsleden en schepenen van Brugge (afspraak dinsdag 29 april om 18 u op de Burg voor het stadhuis).

Het Groene Gordel Front gelooft dat in deze eeuw werkgelegenheid en economie kan samengaan met het bewaren van de Brugse Groene Gordel van Lappersfort en Chartreuse. In dialoog en openheid blijft onze uitgestoken hand bestaan. Omwille van Brugges groene erfgoed en onze kleinkinderen!

29/4/2003

top