GGF bijna thuis in de stad!

23/11/2004


ENKELE OPMERKINGEN OVER DE VERHOUDING TUSSEN STEDELIJKHEID EN MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VANUIT HET HANZE-STADNETWERK VOOR DUURZAAMHEID EN PARTICIPATIE ...

Een voorafgaande kritische opmerking bij de tekst 'Stedelijkheid als politiek project'. Het is jammer dat deze tekst, die zo rijk aan inhoud is, gesteld is in een ivoren-toren-taal. Ik vrees dat de formulering van de zes 'stellingen voor de stadsgesprekken' enkel wervend is ten aanzien van professoren, leerkrachten, socio- en andere -logen, maar bij voorbaat de zogenaamd 'zwakkere groepen' ontmoedigt om zich in de stadsgesprekken te mengen.

Een tweede punt. De opmerkingen die ik wens te maken hebben alle 'duurzaamheid' als uitgangspunt. Voor een definitie van duurzaamheid wordt vaak samenvattend verwezen naar de bekende 4 P's van People, Planet, Profit, Participation. Maar omdat het mij voorkomt dat de term 'duurzaam' nog vaak verward wordt met 'van lange duur' zal ik hier bij voorkeur de verwante term 'maatschappelijke (sociale en ecologische) verantwoordelijkheid' gebruiken.

Stelling 1. Elke stad heeft een wervende visie en een stadsprogramma (nodig) waarin stedelijkheid centraal staat.

Ons is niet bekend dat de stad Brugge een dergelijke visie en aansluitend programma heeft ontwikkeld. Wél zijn er, ondermeer in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Brugge interessante aanzetten gegeven.
Het Groene Gordel Front werkt momenteel aan een document -'het Hanzestadplan'- dat beoogt Brugge te stimuleren een pilootstad te worden inzake maatschappelijke verantwoordelijkheid ("Brugge, dierbare en duurzame stad"). (meer hierover lente 2005).

Stelling 2. Visie en programma steunen op een open schaal.

Mede door zijn status als wereldwijd bekende toeristische stad en als middelgrote havenstad is Brugge zeker geen klassieke, op zichzelf gecentreerde centrumstad. Diverse belangrijke Brugse bedrijven zoals Bombardier, Spicer Off Highway en Philips maken deel uit van wijdvertakte multinationals. Brugge heeft de ambitie hoofdkwartieren van (ondermeer) internationale bedrijven naar de stad te halen. Brugge koestert internationale culturele en sportieve ambities. Zie 'Brugge, Europese Cultuurstad 2002' en (vroegere) prestaties op Europees niveau van Club Brugge.
De Bruggelingen, inwoners van een stad die elk jaar meer dan 3 miljoen bezoekers ontvangt, blijven een opmerkelijk sterk Brugs identiteitsgevoel behouden. Brugge is behoorlijk resistent tegen het Toren-van-Babel en het Bokrijk-syndroom.

Er is evenwel nog veel ruimte voor maatschappelijk verantwoordelijke 'openheid' in Brugge. Zo leidde de aanwezigheid van een asielcentrum (in de deelgemeente Sint-Andries) vooralsnog niet tot een diepe bezinning over geografisch bepaalde privileges en onrecht. Bruggelingen maken amper gebruik van de aanwezigheid in hun stad van het Europa College en een afdeling van de Universiteit van de Verenigde Naties om hun kijk op de wereld te verruimen en scherp te stellen. Het prachtig-radicale signaal dat enkele jongeren gaven door 14 maanden in het bedreigde Lappersfortbos te gaan leven resulteerde voorspelbaar in een repressieve actie. De angstige boodschap van de bosbezetters dat ook Brugge deel uitmaakt van een zichzelf verminkende planeet ging, althans bij een gedeelte van Brugge's politieke klasse, verloren.

3. Een wervende visie vergt acties en stadsprojecten.

Een visie zonder acties is machteloos en nutteloos. Brugge moet niet onderdoen voor de andere Vlaamse centrumsteden als het op positieve ingrepen en realisaties aankomt. Enkele voorbeelden: de oprichting van een markant Concertgebouw, een ijverige politiek van natuurbeheer en bebossing, het nieuwe mobiliteitsplan.

Vanuit het standpunt van maatschappelijke verantwoordelijkheid dient er evenwel op gewezen dat de prestaties van Brugge op het gebied van natuurbehoud en -versterking slechts mooi ogen indien conventionele waarderingsmethoden worden gehanteerd. Indien echter een meer realistische en rechtvaardige boekhouding wordt toegepast (het in rekening brengen van externe milieukosten en van de historische ecologische 'schuld', het versneld afschrijven van investeringen in het dominerende, maar ten dode opgeschreven fossiele brandstoffensysteem), dan wordt het duidelijk dat Brugge, zoals trouwens elke moderne stad, voor een gigantische uitdaging staat. De meest progressieve uiting van de tijdsgeest is de ombouw van een ecologisch zwaarlijvige naar een ecologisch lichtvoetige stad. Wat tot op heden door Brugge werd gepresteerd was grotendeels van cosmetische aard. De radicale ombouw moet nog beginnen. Aan de Bruggelingen de wenselijkheid uitleggen om in deze vér-strekkende, maar noodzakelijke operatie het voortouw te nemen is een moeilijk en groots project. Via het Hanzestadplan wil het Groene Gordel Front daar zijn steentje toe bijdragen.

Stelling 4. Debat, visie en projecten moeten steunen op een ontwikkelingscoalitie.

Om in staat te zijn de wereldcomplexiteit binnen te halen zonder zichzelf op te blazen moet een stad een moedig en intelligent beleid voeren. Een beleid dat enkel grondig 'geassimileerden' toelaat in een stad, is geen moedig beleid. Een beleid dat er van uitgaat dat harmonische interculturaliteit vanzelf ontstaat, is geen intelligent beleid.
In tegenstelling tot sommige andere Vlaamse steden kent Brugge geen probleem van geconcentreerde immigratie. Voor bepaalde 'zwakkere' groepen zoals bejaarden en armen wordt ondermeer door de Brugse dienstencentra en door organisaties als Poverello prachtig werk geleverd.
Net als andere steden kan en moet Brugge echter nog meer doen om 'de doorsnee burger' (in tegenstelling tot de kleine groep van mondige, kritische en aandacht opeisende wakkere burgers) te betrekken bij het debat over de toekomst van de stad. En in zijn betrekkingen met wakkere burgers en actiegroepen moet het stadsbestuur meer openheid vertonen, meer bereidheid om via gezamenlijk nadenken en constructief-kritische dialoog de leercapaciteit van de bevolking optimaal te benutten.

Stelling 5. Stedelijkheid is interculturaliteit.

Stedelijkheid kan inderdaad, onder bepaalde gunstige voorwaarden, uitgroeien tot boeiende interculturaliteit. Maar zoals ondermeer blijkt uit de verbluffende opgang van de partij Vlaams Belang komt interculturaliteit bij velen bedreigend over.
Het is een illusie te geloven dat in een mobiele en qua welvaart sterk gepolariseerde wereld de minder bedeelden uit andere culturen in hun eigen land zullen blijven. Het komt er voor de Vlaamse steden op aan een beleid te voeren dat, bij gebrek aan internationale maatschappelijke verantwoordelijkheid (een rechtvaardiger welvaartsverdeling), gestoeld is op lokale maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid geldt evenzeer het welbevinden van de autochtone inwoners van de steden als dat van de immigranten.
De Marokkaanse en Turkse immigratiegolf van de jaren zeventig leverde een schoolvoorbeeld op van pover nationaal en lokaal beleid. De resultaten van dit wanbeleid hypothekeren tot op vandaag zwaar het leven én van de immigranten én van de oorspronkelijke bewoners van bepaalde wijken en steden. Aan Brugge ging de islamitische immigratie nagenoeg helemaal voorbij. Ook andere 'kansarme' immigranten zijn schaars in het stadsbeeld. Toch kan Brugge niet aan de moeilijke vraag ontsnappen hoe de stad zich verder kan ontwikkelen als solidariteitsruimte. Moet Brugge de vrije markt laten spelen en enkel buitenlandse kapitaalkrachtigen en hoogopgeleiden in de armen sluiten, of moet de stad vrijwillig underdogs uit andere culturen naar zich toehalen?

Stelling 6. Nieuwe stedelijkheid vergt nieuwe democratie.

Democratie is een moeilijk werkwoord. Geen enkele gemeenschap slaagde er ooit in de vervoeging ervan helemaal onder de knie te krijgen.
Democratisch rijmt slecht met dynamisch. Een dynamisch stadsbestuur heeft onvermijdelijk de neiging de rechtstreekse participatie van de burger te reduceren of te omzeilen. Des te meer omdat steeds meer burgers zich individualistisch en malcontent opstellen, zonder hun eisen in een bredere lokale context, laat staan in een globale (planetaire) context te willen plaatsen.
Ook in Brugge is de oproep tot verdieping en verruiming van de democratie terecht. Wakkere burgers en actiegroepen allerhande moeten in de conceptfase, niet in de uitvoeringsfase betrokken worden bij stadsplannen. Zonder uitzondering moeten álle potentiële belanghebbenden (stakeholders) van stadsprojecten geďnformeerd en gehoord worden.
Het Groene Gordel Fort stelt voor in Brugge een Rondetafelraad op te richten, naar het model van de Turnhoutse communicatieraad.


Jozef De Coster, voorzitter Groene Gordel Front
Luc Vanneste, secretaris Groene Gordel Front.

Brugge 23 november 2004, Thuis in de stad gesprekken