|
ENKELE OPMERKINGEN OVER DE VERHOUDING TUSSEN STEDELIJKHEID EN
MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VANUIT HET HANZE-STADNETWERK VOOR
DUURZAAMHEID EN PARTICIPATIE ...
Een voorafgaande kritische opmerking bij de tekst 'Stedelijkheid als politiek
project'. Het is jammer dat deze tekst, die zo rijk aan inhoud is, gesteld is in
een ivoren-toren-taal. Ik vrees dat de formulering van de zes 'stellingen voor
de stadsgesprekken' enkel wervend is ten aanzien van professoren, leerkrachten,
socio- en andere -logen, maar bij voorbaat de zogenaamd 'zwakkere groepen'
ontmoedigt om zich in de stadsgesprekken te mengen.
Een tweede punt. De opmerkingen die ik wens te maken hebben alle 'duurzaamheid'
als uitgangspunt. Voor een definitie van duurzaamheid wordt vaak samenvattend
verwezen naar de bekende 4 P's van People, Planet, Profit, Participation. Maar
omdat het mij voorkomt dat de term 'duurzaam' nog vaak verward wordt met 'van
lange duur' zal ik hier bij voorkeur de verwante term 'maatschappelijke (sociale
en ecologische) verantwoordelijkheid' gebruiken.
Stelling 1. Elke stad heeft een wervende visie en een
stadsprogramma (nodig) waarin stedelijkheid centraal staat.
Ons is niet bekend dat de stad Brugge een dergelijke visie en
aansluitend programma heeft ontwikkeld. Wél zijn er, ondermeer in het
Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Brugge interessante aanzetten gegeven.
Het Groene Gordel Front werkt momenteel aan een document -'het Hanzestadplan'-
dat beoogt Brugge te stimuleren een pilootstad te worden inzake maatschappelijke
verantwoordelijkheid ("Brugge, dierbare en duurzame stad"). (meer hierover lente
2005).
Stelling 2. Visie en programma steunen op een open
schaal.
Mede door zijn status als wereldwijd bekende toeristische
stad en als middelgrote havenstad is Brugge zeker geen klassieke, op zichzelf
gecentreerde centrumstad. Diverse belangrijke Brugse bedrijven zoals Bombardier,
Spicer Off Highway en Philips maken deel uit van wijdvertakte multinationals.
Brugge heeft de ambitie hoofdkwartieren van (ondermeer) internationale bedrijven
naar de stad te halen. Brugge koestert internationale culturele en sportieve
ambities. Zie 'Brugge, Europese Cultuurstad 2002' en (vroegere) prestaties op
Europees niveau van Club Brugge.
De Bruggelingen, inwoners van een stad die elk jaar meer dan 3 miljoen bezoekers
ontvangt, blijven een opmerkelijk sterk Brugs identiteitsgevoel behouden. Brugge
is behoorlijk resistent tegen het Toren-van-Babel en het Bokrijk-syndroom.
Er is evenwel nog veel ruimte voor maatschappelijk verantwoordelijke 'openheid'
in Brugge. Zo leidde de aanwezigheid van een asielcentrum (in de deelgemeente
Sint-Andries) vooralsnog niet tot een diepe bezinning over geografisch bepaalde
privileges en onrecht. Bruggelingen maken amper gebruik van de aanwezigheid in
hun stad van het Europa College en een afdeling van de Universiteit van de
Verenigde Naties om hun kijk op de wereld te verruimen en scherp te stellen. Het
prachtig-radicale signaal dat enkele jongeren gaven door 14 maanden in het
bedreigde Lappersfortbos te gaan leven resulteerde voorspelbaar in een
repressieve actie. De angstige boodschap van de bosbezetters dat ook Brugge deel
uitmaakt van een zichzelf verminkende planeet ging, althans bij een gedeelte van
Brugge's politieke klasse, verloren.
3. Een wervende visie vergt acties en stadsprojecten.
Een visie zonder acties is machteloos en nutteloos. Brugge
moet niet onderdoen voor de andere Vlaamse centrumsteden als het op positieve
ingrepen en realisaties aankomt. Enkele voorbeelden: de oprichting van een
markant Concertgebouw, een ijverige politiek van natuurbeheer en bebossing, het
nieuwe mobiliteitsplan.
Vanuit het standpunt van maatschappelijke verantwoordelijkheid dient er evenwel
op gewezen dat de prestaties van Brugge op het gebied van natuurbehoud en
-versterking slechts mooi ogen indien conventionele waarderingsmethoden worden
gehanteerd. Indien echter een meer realistische en rechtvaardige boekhouding
wordt toegepast (het in rekening brengen van externe milieukosten en van de
historische ecologische 'schuld', het versneld afschrijven van investeringen in
het dominerende, maar ten dode opgeschreven fossiele brandstoffensysteem), dan
wordt het duidelijk dat Brugge, zoals trouwens elke moderne stad, voor een
gigantische uitdaging staat. De meest progressieve uiting van de tijdsgeest is
de ombouw van een ecologisch zwaarlijvige naar een ecologisch lichtvoetige stad.
Wat tot op heden door Brugge werd gepresteerd was grotendeels van cosmetische
aard. De radicale ombouw moet nog beginnen. Aan de Bruggelingen de wenselijkheid
uitleggen om in deze vér-strekkende, maar noodzakelijke operatie het voortouw te
nemen is een moeilijk en groots project. Via het Hanzestadplan wil het Groene
Gordel Front daar zijn steentje toe bijdragen.
Stelling 4. Debat, visie en projecten moeten steunen op
een ontwikkelingscoalitie.
Om in staat te zijn de wereldcomplexiteit binnen te halen
zonder zichzelf op te blazen moet een stad een moedig en intelligent beleid
voeren. Een beleid dat enkel grondig 'geassimileerden' toelaat in een stad, is
geen moedig beleid. Een beleid dat er van uitgaat dat harmonische
interculturaliteit vanzelf ontstaat, is geen intelligent beleid.
In tegenstelling tot sommige andere Vlaamse steden kent Brugge geen probleem van
geconcentreerde immigratie. Voor bepaalde 'zwakkere' groepen zoals bejaarden en
armen wordt ondermeer door de Brugse dienstencentra en door organisaties als
Poverello prachtig werk geleverd.
Net als andere steden kan en moet Brugge echter nog meer doen om 'de doorsnee
burger' (in tegenstelling tot de kleine groep van mondige, kritische en aandacht
opeisende wakkere burgers) te betrekken bij het debat over de toekomst van de
stad. En in zijn betrekkingen met wakkere burgers en actiegroepen moet het
stadsbestuur meer openheid vertonen, meer bereidheid om via gezamenlijk nadenken
en constructief-kritische dialoog de leercapaciteit van de bevolking optimaal te
benutten.
Stelling 5. Stedelijkheid is interculturaliteit.
Stedelijkheid kan inderdaad, onder bepaalde gunstige
voorwaarden, uitgroeien tot boeiende interculturaliteit. Maar zoals ondermeer
blijkt uit de verbluffende opgang van de partij Vlaams Belang komt
interculturaliteit bij velen bedreigend over.
Het is een illusie te geloven dat in een mobiele en qua welvaart sterk
gepolariseerde wereld de minder bedeelden uit andere culturen in hun eigen land
zullen blijven. Het komt er voor de Vlaamse steden op aan een beleid te voeren
dat, bij gebrek aan internationale maatschappelijke verantwoordelijkheid (een
rechtvaardiger welvaartsverdeling), gestoeld is op lokale maatschappelijke
verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid geldt evenzeer het welbevinden
van de autochtone inwoners van de steden als dat van de immigranten.
De Marokkaanse en Turkse immigratiegolf van de jaren zeventig leverde een
schoolvoorbeeld op van pover nationaal en lokaal beleid. De resultaten van dit
wanbeleid hypothekeren tot op vandaag zwaar het leven én van de immigranten én
van de oorspronkelijke bewoners van bepaalde wijken en steden. Aan Brugge ging
de islamitische immigratie nagenoeg helemaal voorbij. Ook andere 'kansarme'
immigranten zijn schaars in het stadsbeeld. Toch kan Brugge niet aan de
moeilijke vraag ontsnappen hoe de stad zich verder kan ontwikkelen als
solidariteitsruimte. Moet Brugge de vrije markt laten spelen en enkel
buitenlandse kapitaalkrachtigen en hoogopgeleiden in de armen sluiten, of moet
de stad vrijwillig underdogs uit andere culturen naar zich toehalen?
Stelling 6. Nieuwe stedelijkheid vergt nieuwe
democratie.
Democratie is een moeilijk werkwoord. Geen enkele gemeenschap
slaagde er ooit in de vervoeging ervan helemaal onder de knie te krijgen.
Democratisch rijmt slecht met dynamisch. Een dynamisch stadsbestuur heeft
onvermijdelijk de neiging de rechtstreekse participatie van de burger te
reduceren of te omzeilen. Des te meer omdat steeds meer burgers zich
individualistisch en malcontent opstellen, zonder hun eisen in een bredere
lokale context, laat staan in een globale (planetaire) context te willen
plaatsen.
Ook in Brugge is de oproep tot verdieping en verruiming van de democratie
terecht. Wakkere burgers en actiegroepen allerhande moeten in de conceptfase,
niet in de uitvoeringsfase betrokken worden bij stadsplannen. Zonder
uitzondering moeten álle potentiële belanghebbenden (stakeholders) van
stadsprojecten geďnformeerd en gehoord worden.
Het Groene Gordel Fort stelt voor in Brugge een Rondetafelraad op te richten,
naar het model van de Turnhoutse communicatieraad.
Jozef De Coster, voorzitter Groene Gordel Front
Luc Vanneste, secretaris Groene Gordel Front.
Brugge 23 november 2004, Thuis in de stad gesprekken
|