Het koekoeksei ontspruit niet overal
De dag waarop de koekoek haar ei niet meer kwijtraakte.
De bruinmerel werkte weer wezenrijkvoorkomend
hard om haar pulli te voeren. Weer of geen weer, weer stond ze er alleen voor. Haar verse zwartmerel had zich in een felle achtervolgingskamp met de buurman tegen een voorbij snorrende suzuki samurai te pletter gevlogen. Rijtende scenario' s, gelijkaardig nu al drie aaneenrijgende jaren. De bruinmerel werkte weer wonderbaarlijk hard.
Maar de oprukkende verstedelijking liet elk jaar maar minder voedsel over: minder daglicht en meer kunstmatig nachtlicht, seizoenen vervagend. Snijdende stijgingswinden langsheen de appartementsblokken startten wederom een fataal drama. Het nest met de jongen liet de steeds minder vitale seringstruik langzaam los. Los, los ...gekrijs. Keuvelende stadskatten maakten de eerste kunstjes van de drie overblijvende mereljongen killetjes kort. De bruinmerel had haar leven lang enkel gewerkt
om de val van haar nestjes te voorkomen en de tweelettergrepige trojevogel op afstand te houden. Ook de zwartmerelbuur was al het vogelhoekje om, ze kon echt niet op de mannen rekenen. Nu bereidde ze zich sereen en grondig voor op haar eigen val - geen plotse noch zoete inval. Met opgeheven hoofd vloog ze de dag nadien laag over de weg tijdens de ochtendspits. Haar heldhaftigheid loonde enkel de jankende stadskaters. De te laat aangekomen koekoek, - in mei menseigenwijs gelijk -, verdreven naar de marginale habitatten, schudde dan toch meewarig haar eigen hoofd bij zoveel altruïsme en hield ijverig haar levenwegduwend ei nog eventjes geduldig langer bij. JR
|