KERSTSUITE Joris Denoo
01 Hij heeft het allemaal voor mekaar: de bellen en het engelenhaar. Ho-ho-ho! Pak-an pak-an! Hier komt de kerstman! 02 Rudolf Rendier is snipverkouden. Hij heeft een knalrode neus. Hij was weer niet te houden: hij dronk cognac tweede keus. 03 Om de kalkoen is het te doen. Of liever een sneeuwwit konijn? Geef mij maar wat dennengroen en dieren die in leven zijn. 04 Hoor de liederen vloeibaar en klaar. We zijn er weer ommekaar nietwaar. Vrede op aarde, deze blauwe plek in het heelal. Het is hier echt een stal. 05 Wordt het een witte kerst in 't bos? Daalt doopsuiker uit de hemel neer? Trek ik een slee met een kind erop mee? Of regent het haaientanden weer? 06 Trage kamelen uit het wijze oosten. Waar zit toch dat koppel met kroost? Mij niet gezien: ik neem de A17. 07 Manten en Kalle uit Kerstrijk kochten een kindeke nu. Het heette niet An, het heette niet Jan. Het heette simpelweg Q. 08 Is het een manneke of een meiske? Heeft het een komma tussen zijn beentjes? Plast het gewoon rechtdoor en slaapt het al nachten door? 09 Nu zijt wellekome: truffel, cognac, kerstgebraad. Nu nog een boer en nog een wind: op de gezondheid van het kind! 10 Ezel! Je vergist je van stal! Zwijg, gij bemoeial: beter een hof van begijnen dan een hof van olijven. 11 Het kindje van kerst is weer eens ververst. Het eet pap uit een panneke en moeder Maria maakt er dan weer een liedje van. 12 Het sneeuwt kerstroos op mijn kraag. Het wordt dus weer een witte kerst. Op mijn lippen brandt die ene vraag: Wanneer sneeuwt het zoals weleer? 13 Maria die zoude kerstpap maken. Jozef die zou het zich laten smaken. Herodes kwam roet in het eten gooien: Vrede op aarde, zo lang de voorraad strekt. 14 Waar blijven toch mijn overuren? sakkerde moeder Maria kribbig. Ze recycleerde wat doeken en legde haar uk in de luren. (15 Wie is de dader? Wie is de vader? Zijn naam is haas. Jozef gebaart van krommenaas.) 16 ‘Beter een stal en wat stro dan een Romeinse keizersnede’ zei de herder-met-wacht, en hij draaide zich in een schapenvacht. 17 De paashaas is gehaast. Maar het is nog te vroeg voor klokken van Rome. Eerst moeten jingle bells komen: spertijd, stertijd. 18 Door al die aandacht voor zijn nageslacht ging Jozef zweten als een das: hij kreeg plankenkoorts. 19 Ma en pa ok. Het kindje wil goed mee. Maar geef een seintje bij bezoek en draag een overall: de kamer is een stal. 20 De heiland is geboren. Hij heeft net als iedereen een neusje vanvoren tussen beide oren. 21 Kamelen uit het oosten. Koningen die knielen. Zacht daalt vrede neer. Sneeuw is inkeer. 22 De herberg volzet. Geklop aan deuren. Dovemansoren. Geen plaats meer, belet. Zo werd een kind geboren. 23 Warme adem van dieren. Geuren van groen. Herder of koning: om dat kind is het te doen. JORIS DENOO ook welkom op:
http://blog.seniorennet.be/joris_53_marius81/ Brief aan mijn zoon (Hersenstorm) http://blog.seniorennet.be/donderdag_007_4/ Deze kant boven (Schuine teksten) http://blog.seniorennet.be/geraldine_roslare/ Moord! http://blog.seniorennet.be/ericotonne/ (M/V): Meester in de Vakken http://ericaangel.skynetblogs.be/ De ongecomponeerde noot http://romaneskeboeken.skynetblogs.be/ Romaneske boeken http://jorisdenoo.skynetblogs.be/ Satisfiction |